De titel van het regeerakkoord waarmee het Haagse VU-kabinet een nieuwe pagina omslaat in de parlementaire geschiedenis lijkt zo van de universiteit geplukt waar de drie coalitiegenoten hun studententijd hebben doorgebracht. Samen leven, samen werken. Het had trouwens ook gezegd kunnen worden door mijn vader of welke eerstegeneratieallochtoon dan ook die zijn rug of handen gaf voor het Nederlandse Wirtschaftswunder van de vorige eeuw. Samen leven en samen werken, we hebben gezien waartoe dat leidt: gebroken ruggen en gebrekkig Nederlands.
Maar terug naar de actualiteit: de draaideuren van de VU staan geen moment stil, studenten en onderwijzers vliegen in en uit, nijver en drukdoende in de wetenschap dat arbeid adelt. Arbeid adelt, zou dat niet beter uitdrukken waar dit kabinet voor wil staan? Wie arbeidt, verheft zichzelf. In die zin komen de idealen van de sociaaldemocratie en de zingeving van de christendemocraten mooi samen. Grote tekstschrijvers zijn het nooit geweest, die politici.
In hoeverre weerspiegelt deze regering nu de VU? Met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ronald Plasterk, heb ik ooit een jaar in een literaire jury doorgebracht. Zijn tempo was zelfs voor de meest doorgewinterde Libris-juryleden niet bij te houden. Ook een man bij wie arbeid adelt. Maar Plasterk is zelfverklaard atheïst en valt in dit kabinet een beetje uit de toon. Een van de ministers is van het vrouwelijke geslacht en woont samen met haar vriendin, maar, zo stond er netjes in het curriculum bij, zij is wel van hervormde huize.
Nee, de degelijkheid en no-nonsense die zowel de VU als het kabinet uitstralen, komen het best samen in de twee staatssecretarissen bij wie in het DNA nul komma nul gereformeerdheid of protestantisme te ontwaren valt: Aboutaleb en Albayrak. Zo vernuftig zijn ze, dat ze zich helemaal hebben geplooid naar het ouderwetse werkethos dat door Norbert Elias als karakteristiek voor de protestantse middenklasse werd beschreven. Zo netjes en keurig zijn ze ook, dat ze met gemak op zondagochtend het stokje kunnen overnemen van de dominee in de Nederlands Hervormde Kerk mocht hij een koutje hebben gevat. Met drank zijn ze ook matig, als goede moslims, maar ook omdat ze goed begrijpen dat overdaad al snel schaadt in Nederland. In de wijze waarop deze twee de banden met de achterban dan weer soepel dan weer strak in de hand houden, is de invloed van een Abraham Kuyper te ontwaren. Soevereiniteit in eigen kring, ja graag. Had Aboutaleb Visser geheten en Albayrak Van Veen, dan zouden we niet eens doorhebben dat we hier te maken hebben met politici die hun wortels ver weg hebben van de Hollandse klei waar de Statenvertaling en andere literaire hoogstandjes uit omhoog zijn gerankt. En zo zien alleen degenen die zeer zijn doorgevoerd in de Hollandse politiek, waarin dit kabinet is geslaagd: een kleine revolutie afdraaien zonder dat een haan ernaar kraait. Had Ronald Plasterk nog zijn column gehad, dan zou hij hier zeker melding van hebben gemaakt.
Een héle kleine revolutie dan... maar ik juich die toe. Geert Wilders geeft aan deze héle kleine revolutie weer zijn eigen draai: volgende week zal hij een motie van wantrouwen tegen Aboutaleb en Albayrak indienen omdat hun dubbele nationaliteit een loyaliteitsprobleem zou opleveren. Wilders' optreden komt zoals gewoonlijk weer uit angst voor een islamitisch complot voort. In zijn artikel in het nieuwe weekblad Opinio (nr. 1.6) bekijkt Twan Tak, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit van Maastricht, de zaak van de juridische kant: volgens hem is de dubbele nationaliteit een gedrocht. Niet omdat hij net als Wilders bang is voor de Islam, maar door de verstrengeling van rechten en plichten die een burger ten opzichte van die twee staten heeft. Nu heb ik een groot en wellicht naïef vertrouwen in de mens en denk ik dat iemand die zich voor in Nederland verkiesbaar stelt ook Nederlanders wil en zal vertegenwoordigen. Die moties van Wilders lijken me onzin, het afschaffen van de dubbele nationaliteit ook, maar het bekijken van de juridische kant van de zaak lijkt mij geen kwaad te kunnen. Bijvoorbeeld: heeft de volgende eed, die Ministers en staatssecretarissen leggen aan het begin van hun ambt afleggen, soms geen kracht?
Artikel 1
Bij de aanvaarding van hun ambt leggen de ministers en de staatssecretarissen ten overstaan van de Koning de volgende eden of verklaringen en beloften af:
"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot minister (staatssecretaris) te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet.
Ik zweer (beloof) dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt getrouw zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God almachtig!"
(Dat verklaar en beloof ik!").
Geplaatst door: Emilie van Opstall | 24 februari 2007 om 13:06
meneer hoe vind u dan hoe de mensen zich gedragen op de vu werk nu 1,5 jaar bij logistiek ik dacht altijd dat geleerde mensen ook heel sociaal waren maar dat valt vies tegen tip om over te schrijven (A)sociaal geleerden. (
Geplaatst door: raymond | 17 augustus 2007 om 11:18