Het was maandagochtend. Vier studenten religie-wetenschappen vulden mijn kamer om met me te praten over de vijf zuilen van de islam. De vijfde student had afgezegd. Vier studenten om over vijf zuilen te praten. De eerste vraag was: wat betekent de eerste zuil voor u? De geloofsbelijdenis. Er is maar een God en Mohammed is zijn profeet. Ze vroegen of ik een praktiserend moslim was. Ik vertelde dat ik de geloofsbelijdenis wel had gedaan, met veel enthousiasme zelfs. Ik deed het de studenten voor, een rechterwijsvinger in de lucht en hardop citerend. De geloofsbelijdenis was mijn claim to fame voor het geloof. Daarna was de klad erin gekomen. Drank, vrouwen, literatuur, vakanties aan het strand en patatjes met. Ze vroegen hoe het zat met de tweede zuil: het gebed. Vijf keer per dag. In de Ramadan ging ik met mijn vader naar de moskee. Alle mannen hadden één ding gemeen: ze hadden allemaal hun schoenen uitgetrokken. De hele tijd vreesde ik dat ik mijn schoenen bij het weggaan niet meer zou terugvinden. Ik probeerde de hele tijd mijn schoenen te visualiseren. Voor geen goud wilde ik in de schoenen van iemand anders gaan staan. De avond ging snel voorbij en met een uitgedeelde dadel in mijn mond verliet ik de moskee. Hoe zit het met de derde zuil, meneer Benali? De Ramadan. De heilige vastenmaand. De maand waarin alle moslims zichzelf het meest moslim voelen, al was het maar omdat het zo lang duurt. Voor mij, zo vertelde ik, is de Ramadan de praxis van de islam in een notendop: vol goede bedoelingen die ontaarden in schandalige schranspartijen. En dat elke dag, een maand lag. Je zag je vrienden langzaamaan verbleken tijdens de Ramadan. Ze vinden het een prachtige maand, dat wel, mijn vrienden. Veel gezelligheid en warmte aan de familietafel. Ossenstaartsoep heeft me daarna nooit meer zo goed gesmaakt. Ik vertelde dat ik elke jaar weer hoorde dat sommige moslims met de Ramadan een beetje de hand lichten. Dat houden ze dan wel voor elkaar verborgen maar het gebeurt. Hoe zit het met de vierde zuil, de zakaat, de verplichte aalmoes aan de armen? Ik zei dat in de zakaat het gemeenschapskarakter van de islam het best naar buiten komt. Door aalmoezen te geven, verrijk je de armen. Je toont aan dat je verantwoordelijk voor elkaar bent en elkaar moet helpen. Soms win ik een klein geldbedrag als ik als derde of tweede ben geëindigd in mijn leeftijdscategorie in een hardloopwedstrijd. Ik schaam me rot voor dat geld, alsof het zwart geld is. Van dat geld moet ik af en dus wordt het zakaat. De vijfde zuil is die van de bedevaart naar Mekka. Het is eigenlijk een beloning voor het harde werk dat je als moslim hebt verricht. Als je je leven lang een goed moslim bent geweest of het tenminste hebt geprobeerd want God is genadevol en barmhartig, dan mag je naar Mekka. Je komt terug en je wordt door mensen die je helemaal niet kent een haj genoemd, iemand die op bedevaart is geweest. Het was inmiddels maandagmiddag geworden, zo voorspoedig was ons gesprek gegaan. De vijf zuilen waren op bijna wetenschappelijke wijze afgewerkt. Jammer dat de vijfde student er niet bij had kunnen zien om het wonder te aanschouwen.
Ons verslag ziet er heel anders uit (hi-hi), Nog bedankt voor de ontvangst!
Geplaatst door: Marian Voigt | 21 juni 2007 om 16:54