De eerste film die ik zag was King Kong. Althans: gedeelten ervan, want ik herinner me dat ik grote gedeelten van deze film met de handen voor de ogen keek, af en toe door een spleetje tussen mijn vingers loerend naar de grote aap die het Empire State Building bestormde. Een andere favoriet was de gewelddadige Rambo; de Amerikaan die voor eigen rekening leeft en vecht en opgejaagd wordt door de altijd lastige staat. Daarvoor op de vlucht in de Verenigde Staten zelf, blijkt hij later, in Rambo 2 of 3, te zijn uitgegroeid tot de enige Amerikaan die in Afghanistan de mujahideen (inmiddels getransformeerd tot de taliban) van dienst kan zijn in de strijd tegen de grote Russische Beer. Het waren inderdaad andere tijden. Sowieso kon Sylvester Stallone niet stuk voor mij, vooral niet wanneer hij zijn vuisten gebruikte in het uitstekende Rocky 1 en alle middelmatige Rocky’s die erna kwamen. Dat Stallone in Rocky een eitje rauw in een glas gooit en opdrinkt om aan zijn portie eiwitten te komen, spoorde me aan hetzelfde doen. Ik hield het bij één keer; zo sterk hoefde ik toch niet te worden. Dan waren er de grote hoeveelheid Bollywoods die we als familie gezamenlijk op zondag bekeken. Familiefilms vol avontuur, passie, liefde voor de moeder, dood en doodsverachting, made in India. De liedjes en dansjes die tussen de kuise liefdesscène’s heen werden afgespeeld waren aanstekelijk en menigmaal heb ik in een eigengemaakte choreografie mijn hele familie als in zo’n film laten dansen. Een andere held vond ik in de watervlugge Bruce Lee. Ik deed hem na en gebruikte mijn broertje van vijf als sparringpartner. Hij moet er tot op de dag van vandaag nog hinder van hebben in zijn spieren. Ik kan geen poster van Bruce Lee voorbij lopen of ik schiet in de vechthouding. Een druk baasje was ik met een voorliefde voor de romantische held die eenzaam en alleen, onbegrepen en vol ongekende kracht door het leven gaat. Dus was Superman een lievelingsfilm. Gelukkig maar voor mijn algemene ontwikkeling was er ook nog zoiets als de intellectuele film. Je kan niet je hele leven een half ontblote man blijven nadoen. Op de VPRO bekeek ik Novecento van Bertolluci, een film over het opgroeien van twee jongens die in 1900 worden geboren in het rurale Italië. De een wordt communist, de ander fascist, maar het was vooral het relaas van de boerenjongen dat me interesseerde. De armoede die hij doormaakt op het platteland, de familiaire warmte, de manier waarop de vader probeert de honger van zijn kinderen gestild te krijgen. Het was allemaal erg dramatisch verbeeld en bracht mijn geboortedorp, Ighazzazzen, dichtbij. Hadden mijn ouders ook in zo’n schaamtevolle toestand geleefd? En zou mijn vader ook communist zijn geworden in plaats van gastarbeider? Een hoogleraar marxisme in plaats van slager? Pulp Fiction was de eerste film die ik zag waarvan ik vond dat hij beantwoordde aan alles wat ik graag in een film zag: verrassende cameraperspectieven, zogenaamd banale dialogen die het verhaal toch voortstuwen, veel, heel veel humor en een spel met het register van filmgenres. Als ik soms in de supermarkt langer moet wachten dan ik zou willen, citeer ik zachtjes voor me uit de dialogen van de twee gangsters in de wagen op weg naar een klusje. In Leiden was er ook een filmhuis en elke maandagavond was er een klassieke film. Op de eerste avond die ik bezocht in het kader van mijn intellectuele Überontwikkeling zag ik Chien Andalou van Bunuel. Beelden gesneden door andere beelden; donker en licht die met elkaar vechten om voorrang; de schokkende scène van het oog dat in contact komt met een scheermes. Een oude reflex kwam terug: ik schoof mijn handen voor mijn ogen om door het spleetje wat beeld toe te laten. [Dinsdagavond 6 november a.s. vertelt Abdelkader Benali over zijn filmische voorkeuren in ‘Cinema Benali’. De Griffioen, Uilenstede, 20:00 uur.
Een kleine aanvulling op Cinema Benali: de avond in de Griffioen begint niet om 20.00 uur, maar om 20.30 uur. Maakt niet uit, om 20.00 uur staat de koffie klaar.
Geplaatst door: Dick Roodenburg | 5 november 2007 om 13:58
Hoi Abdel,
Er wordt gesuggereerd dat jij achter het pseudoniem Wladimir Arn zou zitten. Dat het boek Jealous Guy (wél onwijs goed, man, wat mij - en velen op de facu NL met mij- betreft allesbehalve iets om je voor te schamen!)een te grove uitschieter in je oeuvre zou zijn. Ik vraag het je recht op de man af: Is het waar?
Vriendelijke groet,
Cedríc.
Geplaatst door: Cedríc | 6 november 2007 om 10:37