[17 januari]
Nu mijn laatste weken op de VU zijn aangebroken, vragen mensen me voortdurend wat ik na 1 februari het meest zal missen, als ik weer gewoon een ambteloos schrijfster zal zijn.
Laat ik beginnen met iets heel onbeduidends wat me niettemin iedere keer veel plezier heeft bezorgd. Elke twee maanden mocht ik in de VU-boekhandel een boekenplank vullen met favoriete titels. O, man. Dat zou ik de rest van mijn levensdagen wel willen doen, mensen beschaafd opdringen wat ze moeten lezen.
Als burger heb je daarvoor geen ander middel tot je beschikking dan je vriendenkring je tiptitels cadeau te doen (zo kocht ik afgelopen weken zonder aanziens des persoons al vier keer Room van Emma Donoghue, blij dat ik in januari altijd veel jarigen heb). Maar als gecertificeerd Schrijver op Locatie met een eigen boekenplank heb je toch meer natuurlijk overwicht, zo stel ik me dat tenminste voor.
Wat ik ook zal missen, is college geven. Vaak gingen die over vakken waar ik voor het eerst mee in aanraking kwam, zoals bewegingswetenschappen, organisatiekunde, mediapsychologie of bestuurskunde, maar er bestaat geen onderwerp onder de zon of er zijn mooie romans over geschreven die ik om hun inzicht, hun troost of hun wijsheid in het college ten tonele kon voeren.
Dus nu maar hopen dat ik als Schrijver op Locatie in elk geval dit over het voetlicht heb gekregen: dat fictie een immense kennisbron is en dat literatuur ons iets te bieden heeft dat de sociologie niet vermag, de psychologie niet vermag, de journalistiek niet vermag: het vermogen om in het hoofd en het hart van personages te kijken, en om te voelen wat zij voelen.
Zo krijgen we in Room van Emma Donoghue (dat is geïnspireerd op de praktijken van de Joseph Fritzls van deze wereld) een onthutsend inkijkje in… Maar leest u dat boek liever zelf.
Maar wat ik natuurlijk het meest zal missen, is het leven in de VU-gemeenschap. Het rondlopen op de campus, de gesprekken met studenten, onderzoekers, medewerkers. Wat ik op 1 februari mee naar huis neem, is vooral het besef hoe groot en divers de wereld is. Nergens elders dan op de VU heb ik dat ooit in zo’n geconcentreerde vorm meegemaakt.
Als de op één na ‘zwartste’ universiteit van ons land biedt de VU onderdak aan heel verschillende populaties, waaronder mensen die zich enorme opofferingen hebben moeten getroosten om überhaupt bij ons op de campus terecht te komen. Hun levens getuigen van moed en doorzettingsvermogen en ze inspireren. Want wat zijn de meesten van ons bevoorrecht, thuis als we zijn in ons eigen land, onze eigen taal en onze eigen cultuur.
Een groot aantal van deze en andere levens zijn het afgelopen semester door de studenten opgetekend in het project ‘Schrijf elkaars levensverhaal op een bierviltje’. Ik ga de viltjes nu overdragen aan beeldend kunstenaar Stef Kreymborg, met wie ik eerder samenwerkte in het klaagmurenproject. Zij zal de viltjes verwerken tot een monument dat het menselijk leven op de planeet VU representeert. En met een beetje goede wil komt dat kunstwerk uiteindelijk op de campus terecht.