Schrijver op Locatie: Renate Dorrestein

Renate Dorrestein

  • Renate Dorrestein_tcm10-126587

Recent Posts

  • Zichtbaarheid
  • Zwitserlevengevoelgoeroes
  • Cursistentevredenheidsscore
  • Gebroken hart
  • O wee, o wee
  • Educatief element
  • Klaagmuren
  • Veel geleerd
  • Ouwe heks
  • Verwende prinses

Links - Renate Dorrestein

  • Achtergrond klaagmuurproject
  • Schrijver op locatie
  • Faculteit der Letteren
  • Vrije Universiteit Amsterdam

Zichtbaarheid

 

[18 juni]

 

De vier mobiele klaagmuren op de campus zijn niet langer ingetogen lila van kleur. Jens en Harm, de onmisbare mannen van het Exposorium, hebben ze overgeschilderd in VU-blauw. Ons gezamenlijke idee was om op deze manier de zichtbaarheid ervan te verhogen, omdat de muren op sommige plekken, met name in de hal van het hoofdgebouw, optisch wat leken weg te vallen in het algehele informatie-bombardement aldaar.

 

Sedertdien breek ik mij het hoofd over de gevolgen van deze ingreep.

 

Komt het door de ‘toegenomen zichtbaarheid’ dat de posters met voorbeelden van hartenkreten (Help, ben ik wel slim genoeg? Help, ik denk dat ik hetero ben!) die er altijd op geplakt waren, opeens verdwijnen? Blijkbaar zien mensen ze nu pas hangen en denken dan: Gaaf postertje, dat haal ik eraf en neem ik mee!

 

Dat stemt mij ergens wel vrolijk. Je maakt niet iedere dag affiches die kennelijk zo leuk worden gevonden dat men ze graag thuis boven het eigen bed hangt.

 

Maar er is nog meer aan de hand. Vond ik tot voor kort bij iedere ronde die ik langs de klaagmuren maakte enkele tientallen geposte briefjes, nu is dat plotseling niet meer het geval. Sinds de muren uiterst zichtbaar blauw zijn, heb ik er in totaal nog maar twee brieven in aangetroffen. Twee!

 

Dat geeft te denken. Zoals brand-managers van Coca-Cola of Mars ook weleens hebben geconstateerd nadat ze de verpakking van hun produkt eventjes op briljante wijze dachten te verbeteren. Hadden we dus met onze tengels van de muren moeten afblijven?

 

Ligt het aan de kleur blauw dat de klaagmuren amper meer post ontvangen? Associëren we het nuchtere blauw met dienstmededelingen en politieagenten, en niet met zaken van het hart?

 

Of ligt het aan dit specifieke blauw: het VU-blauw? Lijken de klaagmuren daardoor  opeens een verlengstuk van de universitaire overheid en vreest men dat faculteitsbestuurders en misschien zelfs Lex Bouter en René Smit gretig de geposte hartenkreten lezen om zich ervan te vergewissen of er op de campus geen onlusten smeulen?

 

Of zou het gewoon zo zijn dat een klaagmuur helemaal niet opzichtig zichtbaar  moet zijn, maar stilletjes in een hoekje hoort te staan, met bescheiden uitgestrekte armen?

 

Wie het weet, mag het zeggen. Ergens in onze tempel van wijsheid en wetenschap moet iemand te vinden zijn die dit mysterie kan ophelderen.

 

      

Comments (1)

Zwitserlevengevoelgoeroes

[4 juni]

 

Ik begin even met een omslachtelijke zijsprong. In 2008 nodigde de CPNB, de organisator van de boekenweek, mij uit om het  boekenweekessay te schrijven. Het thema was dat jaar De derde leeftijd, oftewel het laatste deel van ons leven: de ouderdom. Ik vond het een fantastische opdracht.

 

Het viel mij namelijk al een tijdje op dat de ouderdom tegenwoordig zo ongeveer wordt beschouwd als een van de meest ondraaglijke imperfecties van de schepping. Iedereen wil jong en vitaal zijn en op zijn tachtigste nog rondspringen als Rob de Nijs of Mick Jagger de Tweede. Niet geheel onbegrijpelijk, maar helaas vooral: in het geheel niet realistisch.

 

Want om te beginnen is ouder worden geen kwaal, afwijking of deficiëntie: het is een natuurlijk proces dat al bij onze geboorte begint. En in de tweede plaats vond en vind ik het barbaars dat door de jacht op de eeuwige jeugd en het streven naar ‘leeftijdloos’ ouder worden,  voorbij wordt gegaan aan de intrinsieke waarde van generatieverschillen.

 

Enfin, ik schreef het essay waar de CPNB om had gevraagd (en binnen drie dagen waren er 80.000 exemplaren van verkocht, hoe vaak maakt een mens zoiets mee? Ik viel zowat flauw toen ik het hoorde).    

 

Mijn centrale stelling in dat boekje was dat het hele concept van de zogeheten derde leeftijd (de term alleen al is een behoorlijk verdacht eufemisme) een verzinsel is van reclame- en marketingstrategen, van Zwitserlevengevoelgoeroes en beleidsmakers die zelf moeite hebben met ouder worden. Pak de Nordic wandelstokken en loop even een eindje met me mee:

 

Verouderen is een hele opgave. De laatste fase van ons leven brengt immers onvermijdelijk verlies en verdriet met zich mee, om over fysiek lek en gebrek nog maar te zwijgen. We bewijzen onszelf noch de samenleving er een dienst mee door dat te willen ontkennen of verdoezelen. Maar oud worden kan ook heel verrijkende kanten hebben. Iets meer begrijpen van alle onbegrijpelijkheden van het bestaan, bij voorbeeld. Of eindelijk durven afdalen in de stilte van je eigen hart. En die ‘winst’ kan toch ook niet zomaar worden weggewimpeld, alleen maar omdat we zonodig hysterisch JONG!JONG!JONG! willen blijven?

 

En wat, is ook de vraag, gebeurt er met bejaarden die niet ‘succesvol’ oud worden? Die de pech hebben gammele genen te beziten, of die om een andere reden onderuit gaan? Worden zij straks beschouwd als out-casts, mislukkelingen en losers ? Dat zijn belangrijke vragen voor een samenleving die vergrijst en die het (onder druk van financiële kwesties) zal moeten hebben van sociale cohesie, begrip en menselijke warmte.

 

Maar terzake nu. Had ik destijds tijdens het schrijven van mijn boekenweekessay maar geweten dat er zich op de VU een ware goudmijn bevindt aan onderzoeksgegevens over ouder worden, en wel bij LASA (Longitudinal Aging Study Amsterdam), waar ondermeer al bijna twintig jaar lang duizenden Nederlanders worden gevolgd in het proces van verouderen, om in kaart te brengen wat de vragen en behoeftes zijn die zich daarbij voordoen.

 

NIRWANA: Vorige week mocht ik een paar uur lang speeddaten met onderzoekers van LASA. Ik zat achter een tafeltje met lekkere broodjes, en zij raasden langs met stapels interessante bevindingen, terwijl de eierwekker meedogenloos doortikte. Ik had er best een week willen zitten om nog veel meer te weten te komen, want als je het nu hebt over maatschappelijk relevant en noodzakelijk onderzoek, dan zeg je LASA.

 

Ik kan hier geen recht doen aan de rijkdom van gegevens afkomstig uit dit opmerkelijke instituut van de VU. Een kleine, onmachtige greep dan maar, en geheel in mijn eigen woorden:

 

  • LASA-onderzoek wijst uit dat het een mythe is dat we tegenwoordig ‘gezonder’ oud zouden worden. Ja, we worden ouder dan onze voorouders, dat is waar. Maar juist doordat de medische kennis en kunde zo is toegenomen, gaan we tegenwoordig óók niet meer lekker rustig dood aan bij voorbeeld een beroerte. We blijven nu ‘alleen’ nog jaren met de gevolgen daarvan opgescheept.
  • Hoe ouder je wordt, hoe ongezonder je leefstijl kan worden. Steeds minder beweging, steeds meer obesitas, en er worden onder derdeleeftijders ook nog eens steeds meer glaasjes achterover gekieperd. Al die dingen leiden tot het tegendeel van het beeld van de rondhopsende Zwitserlevengevoelbejaarde.        
  • Is het wel waar dat langer doorwerken leidt tot het in stand houden van je cognitieve repertoire? Nee, lijkt LASA-onderzoek uit te wijzen. Dus wat klopt er dan van de veelbezongen ‘use it or lose it’-theorie, en wat betekent dat voor het AOW-beleid?
  • Maakt het moment van pensionering, opgelegd of zelfgekozen, überhaupt uit?
  • Is het zinvol om samen met het bedrijfsleven te onderzoeken hoe voedingssupplementen een bijdrage kunnen leveren aan de uitdagingen die ‘de vergrijzing’ ons stelt?
  • Wacht even, bepaald niet onbelangrijk: hoe kun je dit ‘per definitie onsexy terrein’, zoals een van de onderzoekers die ik sprak het noemde, een beetje oppimpen? Misschien door evolutionaire kwesties aan te roeren. Vroeger gingen vrouwen  in hun zoveelste kraambed gewoon netjes dood. Tegenwoordig hebben ze opeens zoiets als de meno-pauze: de stumpers zijn allang niet meer vruchtbaar, hun rol is uitgespeeld, maar ze leven maar door. Astrante types, ja. Maar zou de meno-pauze wellicht een nieuw evolutionair doel kunnen dienen? Onderzoek laat zien dat er méér babies worden geboren als oma bereid is tot babysitten…

 

Ik kan nog uren doorgaan. Maar uw tijd is vast beperkter dan de mijne.

 

NB: U heeft een up-date over de klaagmuren van mij tegoed. Interessant in dit verband: aan de hartenkreten die ik in de muren aantref, valt af te leiden dat alleen de jonkies onder ons, de studenten, graag gebruik maken van de geboden ‘helende werking van schrijven’.

Neem geen genoegen met deze generatiekloof! Doe mee en stort anoniem en vrijelijk uw hart uit. Wees geen sukkel!

 

         

 

      

Comments (1)

Cursistentevredenheidsscore

[ 21 mei ]

 

Het hoort bij mijn werk op de VU om zo veel mogelijk mensen van dienst te zijn. Of je nou een criminoloog bent die bezig is de biografie van een boef te schrijven, een hoogleraar die een dosis ‘imperfectie van de schepping’ op een college wenst, een groep aio’s die toegankelijker willen leren schrijven, of een student journalistiek die een workshop wil organiseren: bij mij kun je terecht.

 

Dat brengt me tot in alle uithoeken van de VU, op de meest bijzondere instituten en afdelingen. Als buitenstaander kijk ik vaak mijn ogen uit. Voor de VU-gemeenschap zelf lijkt het allemaal niet zo opmerkelijk te zijn. Er heerst op de campus een cultuur van bescheidenheid die grenst aan het deemoedige. Steek je licht toch niet zo onder de korenmaat, mensen! Enig borstgeroffel mag best, op zijn tijd. Zou ik ooit zijn gekomen waar ik ben als ik niet levenslang standaard in het passeren iedere voorbijganger door elkaar had gerammeld onder het toeschreeuwen van: ‘Koop mijn nieuwe boek! Het is geweldig!’?

 

Ook op de afdeling Nederlands Tweede Taal (NT2), waar ze al sinds 1962 cursussen Nederlands aan anderstaligen verzorgen, vinden ze hun werk de gewoonste zaak van de wereld. In mijn ogen is het anders nogal wat: mensen het instrumentarium verschaffen om ver van huis een nieuw leven op te kunnen bouwen. En dat niet alleen. NT2 adviseert de overheid over inburgeringsprojecten, ontwikkelt lesmateriaal en organiseert projecten zoals ‘De deur uit’ voor allochtone vrouwen die weinig in de Nederlandse samenleving participeren. En krijgt daarbij ook nog eens de hoogste cursistentevredenheidsscore van Nederland, een woord dat op zichzelf al mooi genoeg is om in te lijsten.  

 

Onlangs mocht ik een ochtend lesgeven aan hun cursisten, afkomstig uit Venezuela, Polen, Irak, Nepal, Nieuw-Zeeland, Rusland, Indonesië, Engeland, Peru… Mijn thema was dat taal niet alleen dient tot nut, maar ook tot sier en plezier. Om dat plezier aan te wakkeren liet ik de cursisten vrolijke schrijfoefeningen doen. Dat doe ik in ander verband wel vaker, maar nu had ik te maken met mensen die niet alleen op mijn bevel hun verbeeldingskracht moesten zien te mobiliseren, maar ook een vreemd vocabulaire. Ik was benieuwd.

 

Ooit, toen ik gastschrijver aan de Universiteit Leiden was, had ik een student die even baldadig als getalenteerd was. Hoe de opdracht ook luidde, hij kwam altijd op de proppen met iets tegendraads en origineels. ‘Maak invoelbaar dat iemand ergens volkomen panisch voor is’, was bij voorbeeld zo’n oefening. Hij leverde een stuk in dat echt ijzingwekkend spannend was. Het ging over de tergende angst van een potlood voor de puntenslijper.

 

Dankzij hem is mijn schrijfoefeningenrepertoire uitgebreid met een opdracht om je te verplaatsen in het gevoelsleven van een voorwerp. Voor de cursisten NT2 was dat voorwerp een plastic wegwerpbekertje. Na wat gesteun en gekreun sloegen ze allemaal als bezetenen aan het schrijven.

 

Twintig minuten later moesten ze een voor een het resultaat voorlezen.

 

‘Ik ben het gelukkigste bekertje op aarde,’ begon iemand, glimmend van genoegen, om te eindigen met de uitsmijter: ‘Ik word elke dag gekust.’

 

Er was ook een bekertje met een minderwaardigheidscomplex, dat naar een glazen vriendin verlangde. Er was een bekertje dat had geleden onder de staking van de schoonmakers. Er waren filosofische bespiegelingen over de vraag half vol of half leeg, en over het leven op de bodem van de prullenbak. Het allermooist was misschien nog wel een waarlijk onheilszwanger verhaal over een stapel bekertjes in een koffieautomaat, die zich de vraag stellen waartoe zij op aarde zijn: ‘We weten dat we hier met een doel zijn, maar niet precies met welk’, totdat voor ieder van hen het moment aanbreekt dat er kokendhete koffie in ze wordt gestort.

 

Wat een voorrecht om getuige te zijn van al deze uitbarstingen van creativiteit. Het was dat ik geen cijfers hoefde te geven, anders had iedereen van mij een tien gekregen: mijn schrijverstevredenheidsscore was bijzonder hoog. Chapeau voor de cursisten én voor de afdeling NT2.

 

 

 

  

Comments (0)

Gebroken hart

[3 mei]

 

Zonder daarvoor eerst via de Dienst Communicatie een afspraak te hebben gemaakt, is onlangs ene Henk Visscher van het Reformatorisch Dagblad de VU binnengewandeld om op eigen houtje ‘de klaagmuur’ te fotograferen. Daar gaat je hart toch sneller van kloppen: een paparazzo over de vloer, van het Reformatorisch Dagblad nog wel!  

 

Mijn eigen enige ervaringen met paparazzi stammen uit de tijd dat de Franse filmster Alain Delon een aantal jaren mijn naaste buurman was, gewoon in de Merellaan, aangezien hij in die periode met een Nederlandse vrouw was. Als ik ’s ochtends met de slaap nog in mijn ogen naar de brievenbus op mijn tuinpad liep, trof ik toen onder de liguster weleens verkleumde mannen in leren jacks aan, die met een groothoeklens in de aanslag lagen te wachten totdat Delon naar buiten zou komen. Wat een vak. Ik had altijd een beetje met ze te doen.

 

Ook Henk Visscher is wat sneu. Hij weet blijkbaar van toeten noch blazen, want voor zijn foto vroeg hij een paar studenten om briefjes in het eenzame-sokkenkunstwerk van Stef Kreymborg te stoppen, in plaats van in een van de vier echte klaagmuren op de campus.

 

(Voor ons allen als krantenlezers is dit trouwens een leermoment: wat in de krant staat, zelfs met een foto erbij, hoeft niet altijd conform de waarheid of werkelijkheid  te zijn. Ook niet in het Reformatorisch Dagblad.)

 

Hoe ziet de oogst aan hartenkreten in de klaagmuren er tot nu toe uit, dat is een veel interessantere kwestie. De eerste inventarisatie laat in elk geval een grote verscheidenheid zien.

 

· Er komt veel ‘post’ binnen over de tijdsdruk die studenten ervaren. Ze weten dikwijls niet hoe ze studie, werk en vrienden moeten combineren.

· Ook wordt er geklaagd over de ‘communicatie-terreur’ die doorlopend twitteren, pingen en sms’en vereist. Het wordt als benauwend ervaren dat je continu up-to-date moet zijn om nog mee te tellen.

· Opvallend is verder dat veel studenten zich afvragen of hun studie hen ‘gelukkig’ zal maken. Ze vragen zich af of hun investering in tijd, geld en energie niet te groot is en of ze niet beter meteen een baan kunnen zoeken.

· Tevens gaat een flink aantal hartenkreten over de vrees niet te kunnen voldoen aan alle verwachtingen en over de faalangst en het perfectionisme die daarvan het resultaat zijn.

· En er worden ook ware aanklachten in de muren gedeponeerd. Tegen de zesjes-cultuur die op de VU zou heersen. Tegen de yuppen-cultuur die op de VU zou heersen. En tegen de prijs-kwaliteit verhouding van de koffie, uiteraard.

 

Een categorie met een status aparte is ‘het gebroken hart’. Ook op de VU maakt de liefde slachtoffers, zoals overal elders. Heel wat mensen hebben hun gemoed hierover in de klaagmuren gelucht. ‘Hij kán helemaal niet gelukkig zijn met zijn nieuwe vriendin,’ kwam ik meermalen tegen. Wat willen we dat toch graag, dat de geliefde die ons heeft versmaad, nooit bij een ander alsnog het geluk vindt.

 

Een gebroken hart is geen sinecure, kan ik als ervaringsdeskundige stellen. Ooit werd het mijne verpulverd toen ik van de ene dag op de andere door mijn minnaar werd gedumpt, of erger nog, ik werd ingeruild voor iemand met echte krullen. Mijn verstandige vriendinnen adviseerden me allemaal geen gedachte meer aan de kwal te wijden, maar breng je malende geest maar eens tot stilstand. Wat had ik die man graag willen houden… Maar kijk, wat ik in het echt niet had gekund, kon ik op papier natuurlijk wel. En hoe.

 

Het resultaat was mijn roman Het hemelse gerecht, waarin twee zusters in harmonie een minnaar delen, totdat die man er opeens vandoor wil. Dat laten de dames niet gebeuren. Ze houden hem gewoon. Ze houden hem op zolder, achter slot en grendel, op water en brood, in de krankzinnige hoop dat dat hem tot inkeer zal brengen.  

 

Wat een heerlijke wraakoefening was het schrijven van dat boek. Terwijl er van de op zolder opgesloten trouweloze minnaar steeds minder over bleef, kikkerde ik steeds verder op. En net zoals de zusters uit het verhaal kwam ik er verbluffend snel achter dat als zo’n man eenmaal van het toneel is verdwenen, je opeens ziet dat hij er  eigenlijk nooit veel toe heeft gedaan. Over de helende werking van schrijven gesproken…

 

Blijf de klaagmuren gebruiken. Ze staan ervoor.

 

 

 

 

Comments (1)

O wee, o wee

[13 april] Ik had me vastberaden voorgenomen om minstens een maand te wachten totdat ik zou kijken of er hartenkreten in de klaagmuren waren gestopt. Zo’n project moet per slot van rekening eerst de kans krijgen ‘te landen’. Maar toen had ik op de campus een wonderlijk gesprek: iemand vroeg mij aan welke criteria post voor de klaagmuren moest voldoen.

Meteen kwam mijn gesprekspartner trouwens met een vervolgvraag, die eigenlijk de kern van de zaak bleek te behelzen. Hij had vernomen dat ik bij dit project was bijgestaan door een groep studenten, en waar het hem om ging was dit: had ik de criteria vastgesteld of waren die het resultaat geweest van een democratisch proces?

Nou zijn er weinig dingen waaraan ik zo’n hekel heb als aan democratische processen. Dat komt misschien doordat ik altijd in mijn eentje werk. Een roman schrijven is geen werk dat groepsoverleg of inmenging van buitenaf vereist of verdraagt. Maar ook als bewone burger heb ik het niet op democratische processen. Ga maar eens met het hele wijkcentrum een paard ontwerpen en geef iedereen daarbij inspraak: geheid dat je dan eindigt met een kameel.

Deze woorden sloegen mijn gesprekspartner zichtbaar uit het veld. Hij droop af, met boven zijn hoofd een grote, wiebelende denkbel waarin stond: ‘Wat een stoomwals is dat mens, en ik dacht nog wel dat kunstenaars zulke gevoelige en invoelende personen waren.’

Voldoe toch eens wat meer aan de verwachtingen, maande ik mezelf aan terwijl ik hem nakeek. Hou je opinies voor je, het zijn maar opinies, en opinies zijn de pest van deze tijd. Verbind liever! Verspeid een zonnetje!

Toen kreeg mijn nieuwsgierigheid plotseling en onverwachts, gelijk de prunus die op de Filosofenhof stond te bloeien, de overhand en ik graaide in mijn tas naar het sleuteltje van de ‘brievenbus’ van de klaagmuren. Over criteria, door wie en op welke wijze dan ook geformuleerd, had ik nog niet eerder nagedacht. Maar zou nu misschien kunnen blijken dat de klaagmuren zelf, op een zeg maar organische wijze, ook een fijne term, hun eigen criteria al aan het ontwikkelen waren?

Het is een voorrecht om van nature een animistische kijk op de dingen te hebben, vind ik.

Dus ik als een speer naar de eerste klaagmuur binnen handbereik. Mijn hart ging tekeer en mijn konen gloeiden. Ik in de weer met dat verhipte sleuteltje. Wat een takkeklus. Linksom werkte niet, rechtsom evenmin. Ik dacht: O wee, o wee. En daardoor dacht ik onontkoombaar aan juffrouw Jansen van wie ik ooit Grieks kreeg en die de verkwikkende gewoonte had om alle samenvattende koorzangen droog af te doen met de tekst: ‘O wee, o wee, nou, nu weten we het wel, hoor, voort met de geit’, hoe veel koningskinderen er ook waren afgeslacht en hoe veel tragische gebeurtenissen er ook hadden plaatsgevonden, hele geslachten waren tenonder gegaan, dynastieën om zeep geholpen, en ik dacht: Zet dan ook je bril op, stommerd.

Sesam open U.

In mijn armen (had ik maar een rokje aangehad om alles in op te vangen) rolde een lawinetje van papier. Ik ging op de grond zitten en begon te lezen.

Comments (0)

Educatief element

[31 maart] Pak de pennen, en schrijven maar, want: de klaagmuren zijn vanaf vandaag in gebruik! Ze staan op vier verschillende locaties op de campus en ze zijn moeilijk over het hoofd te zien: meer dan twee meter hoog, hartstikke paars en voorzien van de tekst:

 

SOMS GAAT HET LEVEN DE ENE KANT OP, EN JIJ DE ANDERE

 

Je moet voldoen aan allerlei verwachtingen, je wordt geacht zelfverzekerd en doelgericht te zijn en je studietijd ten volle te benutten. Twijfel en onzekerheid zijn soms moeilijk toe te geven.

 

Maar op papier kan dat wel. Papier heeft geen oordeel. Papier is geduldig.

 

Onderzoek heeft aangetoond dat schrijven over wat je dwars zit heilzamer is dan erover praten. Ervaar zelf de helende werking van schrijven: lucht je gemoed en laat je hartenkreet hier achter.

 

‘Dit is nou echt iets dat helemaal bij de VU past,’ zei een van de studenten die gistermiddag bij de opening werden geïnterviewd door het het NOS Journaal. Mooi zo, dat was ook precies de bedoeling, al vind ik eigenlijk dat iedere universiteit ons voorbeeld zou moeten volgen. Want zoals Harmen Verbruggen, decaan FEWEB, gisteren zei: Deze klaagmuren doen recht aan ons aller verlangen om te worden gehoord, ergens, door iemand.

 

Niet alleen het Journaal was aanwezig bij de opening, er was enorm veel pers. Opmerkelijk hoe stoer sommige studenten verblikten noch verbloosden als ze camera’s en microfoons in hun gezicht kregen geduwd. Alsof ze nooit anders doen. ‘Ik zie het maar zo,’ zei een van hen tegen mij, ‘ik krijg hier een gratis media-training.’

 

Dat gaf de hele zaak tenminste ook nog een educatief element. Daar was ik wel blij om, want een journalist had mij ook al streng gevraagd of dit project wel educatieve doelen beoogde. Nou nee, dacht ik, terwijl ik razendsnel nadacht, want als goed-geconditioneerde vrouw wil je altijd alles vriendelijk beamen. Educatief, zoemde het koortsachtig door mijn hoofd, ja vanzelf, je kunt wel spirituele bedoelingen met iets hebben, maar wanneer je aan een onderwijsinstelling bent verbonden, dan moeten er ook leermomenten worden ingebouwd.

 

En meteen schoot me het mailtje te binnen dat een van de studenten van de klaagmurenklankbordgroep me een paar dagen daarvoor had gestuurd: ‘Wat mooi om te zien hoe een idee uitgroeit tot zoiets groots.’

 

Precies. Daar had ik het inspirerende leermoment  te pakken: het simpele gegeven dat ideeën echt kunnen worden verwezenlijkt. Je begint met een droom of een visioen, en je eindigt met iets concreets. En dat kunnen we allemaal bewerkstelligen, ieder van ons. Dus: leef je droom!

 

Ik ben natuurlijk heel benieuwd naar wat ik de komende tijd ga aantreffen wanneer ik, als enige, de ‘post’ uit de klaagmuren haal. Klachten over het weer, de prijs van de koffie in de mensa, de staat van de wc’s en de gemeenheid van sommige docenten zal ik terzijde werpen. Ook aan persoonlijke vragen of verwensingen zal ik geen aandacht besteden. Bericht dus liever, via de klaagmuur, over zaken die werkelijk van belang voor je zijn. Die zal ik uiteindelijk proberen in een of andere vorm ‘terug te geven’ aan de VU-gemeenschap.

 

Nu even praktisch:

  • Ga naar www.vuconnected.nl voor een verslag van de opening.
  • In de foyer op de eerste etage van het hoofdgebouw hangt nog tot eind mei De klaagmuur van eenzame sokken van beeldend kunstenaar Stef Kreymborg, een belangrijke inspiratiebron voor dit project. Bekijk het, dompel je er in onder en besef: dit werk zou hier voor altijd moeten blijven hangen, het drukt precies uit waar we op de VU naar verlangen.
  • De komende tijd kan iedereen (kom op, dat geldt óók voor VU-medewerkers, docenten en hoogleraren) in de vier mobiele klaagmuren zijn of haar hart luchten op de volgende locaties:

· Hoofdgebouw: centrale hal richting de 6 liften groep

· W&Ngebouw: M0 hal bij de zitjes en de sta-werkplekken

· Medische faculteit: centrale hal tegenpver de sta-werkplekken

· Transitorium: centrale hal naast de liften.  

 

Ik zou haast zeggen: hou op met kankeren, maar ‘klaag’ voor de verandering nu eens constructief en tot nut van het algemeen…

Comments (0)

Klaagmuren

[15 maart] Bij toeval kreeg ik een tijdje geleden Amerikaans onderzoek onder ogen waaruit blijkt dat schrijven over problemen een nog veel heilzamer effect heeft dan erover praten. Dat komt niet alleen doordat schrijven ordenend werkt. Belangrijker is dat wie zijn gevoelens neerpent, in zijn brein het gebied stimuleert waar ook de emotionele controle huist. Dat gebied is verantwoordelijk voor ons welbevinden. Daardoor lucht schrijven op: het tempert negatieve emoties en bezorgt ons het gevoel dat we greep op de dingen hebben.

 

Dat verklaart dan ook meteen waarom zo veel pubers en adolescenten gedichten schrijven of een dagboek bijhouden…

 

Voor een schrijfster is zoiets een fascinerend gegeven. En voor de Schrijver op Locatie van de VU biedt het zelfs een buitenkans. Vanaf het moment dat ik op de campus was, ben ik mijn licht gaan opsteken over wat studenten zoal dwarszit, maar waarover ze eigenlijk liever niet praten. Ze worden geacht zelfverzekerd en doelgericht te zijn en hun studietijd ten volle te benutten. Ze moeten voldoen aan allerlei verwachtingen, ook die van thuis. Niemand wil een loser zijn, en daardoor zijn twijfel en onzekerheid soms moeilijk toe te geven.

 

Maar op papier kan dat wel. Papier heeft geen oordeel. Papier is geduldig.

 

Graag wil ik iedereen op de VU de gelegenheid bieden zelf de helende werking van schrijven te ervaren. Lucht je gemoed en schrijf je problemen van je af! Daarom komen er vanaf het einde van deze maand vier mobiele ‘klaagmuren’ op de VU te staan, waarin iedereen een jaar lang anonieme hartenkreten kan stoppen. Ik ben de enige die ze zal lezen en inventariseren. Daarvan zal ik op deze plek regelmatig verslag doen. Want volgens mij zijn twijfel en onzekerheid nu juist zaken die ons allemaal met elkaar verbinden.

 

Op 30 maart gaat dit project van start. Om 17.00 uur bent u allemaal van harte welkom bij de feestelijke opening op plein 1A, foyer 1e etage A-vleugel in het hoofdgebouw, met onder meer een inleiding van Harmen Verbruggen, decaan FEWEB. Tevens wordt dan geopend de expositie ‘Een klaagmuur van eenzame sokken’ van beeldend kunstenaar Stef Kreymborg, die voor mij een belangrijke inspiratiebron voor dit project was.

 

Vanaf 30 maart zullen er op de campus, ter aansporing en inspiratie, een jaar lang posters hangen met voorbeelden van hartenkreten en onderwerpen die geknipt zijn voor de klaagmuren:

 

HELP, BEN IK WEL SLIM GENOEG?

HELP, IEDEREEN GAAT UIT EN IK ZIT LIEVER THUIS!

HELP, IK DENK DAT IK HETERO BEN!

 

Zoals ik van de week thuis nog zei: ‘Waar en wanneer krijg je nou ooit de kans om zoiets leuks te realiseren?’ En in je eentje lukt dat nooit, dus daarom heel veel dank aan de studenten die me te woord stonden, in het bijzonder aan de ‘klankbordgroep’ voor dit project; Exposorium VU, in het bijzonder aan Hendriekje Bosma, voor het laten vervaardigen en mobiel maken van de klaagmuren; VUconnected, in het bijzonder aan Susan Hijen voor haar energieke hulp gedurende alle obstakels tijdens het hele traject - want je leert je VU wel kennen, hoor, als je zoiets van de grond wilt krijgen. Wat een hoop afdelingen, diensten en onderlinge landje-pik. Ook weer interessant…

Comments (6)

Veel geleerd

[2 maart] Van de week werd ik in de mensa aangeschoten door een student politicologie die zei dat hij laatst mijn college over de seksualisering van de jeugdcultuur had bijgewoond (zie vorige blog). ‘U heeft me wel aan het denken gezet, mevrouw,’ zei hij.

   

Ietwat beduusd legde ik mijn broodje neer. Wat een leergierige en beleefde jongeman. ‘Vooral over die commercials,’ vervolgde hij.

Ja, daar hadden we het inderdaad ook over gehad, over het weinig realistische vrouwbeeld dat er veelal in de reclame wordt gepresenteerd, en wat voor misvormende impact dat heeft op mens en maatschappij. We zijn met z’n allen gaan geloven dat échte vrouwen en meisjes er net zo horen uit te zien als gephotoshopte en opgepimpte modellen.


Wat leuk om te horen dat die jongen daar nog verder over had nagedacht. Hij zou nu vast nooit meer in die leugenachtige beelden trappen. Daar had ik als Schrijver op Locatie toch mooi mijn eerste missionaire succesje mee te pakken.


‘Wat goed,’ zei ik, zowel tegen hem als tegen mezelf. ‘En wat is je voornaamste conclusie?’


Hij boog zich voorover. ‘Als niemand die commercials meer zou geloven,’ zei hij langzaam, ‘weet u dan wat er gebeurt?’


Ja. Dan zouden er stukken minder meisjes met anorexia zijn. Dan zouden heel veel vrouwen opeens tevreden zijn over hun uiterlijk. Dan zouden mannen…


Hij keek me borend aan. ‘Dan gaat de economie naar de knoppen. Dag mevrouw.’
    

Comments (0)

Ouwe heks

[15 februari 2010] Het blijkt nog niet zo eenvoudig om aan mijn omgeving uit te leggen wat ik op de VU geacht word te doen. Misschien, zei ik laatst tegen een vriendin, ben ik op de campus eigenlijk óók een soort hofnar. Want ik had net van een hoogleraar een mailtje ontvangen met de vraag of ik iets kon bijdragen aan een van zijn colleges, ‘bij voorbeeld een performance op de gitaar’. Pas later snapte ik dat dat laatste natuurlijk moest zijn ingegeven door de geweldige optredens van Christine Otten.

Ik hoefde geen tamboerijn mee te nemen, het was een serieus verzoek en het was afkomstig van prof. Leo Huberts van bestuurskunde. Hij was bezig een blok colleges voor te bereiden waarin het zou draaien om maatschappelijke problemen en de vraag langs welke kanalen (overheid, bedrijfsleven, media, actiegroepen, etcetera) die zouden moeten worden aangepakt. En of ik misschien iets te bieden had dat daarop kon aansluiten.

Dat had ik. Een paar jaar geleden publiceerde ik een roman, Echt sexy, over de seksualisering van de jongerencultuur. Mijn inspiratiebronnen kwamen uit de actualiteit: berichten over groepsverkrachtingen door brugklassers, de eerste videoclips van MTV en TMF waarin meisjes hoeren zijn en jongens pimps, reportages over breezerseks en loverboys. Leo Huberts vond het wel een beetje heftig onderwerp, maar we waren het er snel over eens dat dit bij uitstek een maatschappelijk probleem is waarvoor niet één enkelvoudige verantwoordelijke partij is aan te wijzen.

En zo kwam ik vorige week voor het eerst oog in oog te staan met driehonderd VU-studenten. Daaraan waren enkele bijzonder levendige visioenen vooraf gegaan van hoe ik met hoongelach ontvangen zou worden (‘Wat weet die ouwe heks nou van seks?’) of zelfs, met pek en veren bedekt, de VU zou moeten verlaten. Had ik niet een wat minder uitgesproken onderwerp voor mijn eerste openbare optreden kunnen uitkiezen?

Maar het werd een leuke en interessante middag. Ik was verrast door de serieuze, betrokken en vaak ook eloquente manier waarop de studenten zich in de discussie mengden. Bij een tussentijdse stemming bleek dan ook dat maar ongeveer tien procent van hen vond dat de pornoficatie van de jeugdcultuur wordt overdreven; een overgrote meerderheid, vooral de meisjes, gaf aan het een reëel probleem te vinden. Dus werd er gezamenlijk driftig naar oplossingen gezocht. Meer ge- en verboden van de overheid? Gerichte spotjes van postbus 55? Andere vrouwbeelden in de media? Wat in elk geval zeker zou helpen, wierp iemand op, was ‘helden’ zoeken die onder jongeren aanzien, gezag en autoriteit hebben en hen vragen om de boodschap te verspreiden dat het ‘niet vet is als je je zo respectloos gedraagt’.
 
Zo is het maar net. En hopelijk zijn er ook op de VU ‘helden’ voorhanden die deze rol zonodig op zich willen nemen.  

NB: a.s. donderdag 18 februari presenteren Christine Otten en ik onze nieuwe boeken in de Aurorazaal in het hoofdgebouw. We nodigen u van harte uit daarbij aanwezig te zijn. Aanvang: 16.00 uur.

Comments (0)

Verwende prinses

[4 februari 2010]
Ik kan er maar beter meteen mee voor de draad komen: de nieuwe Schrijver op Locatie van de VU is een verwende prinses op de erwt. Toen ik laatst, ter voorbereiding van mijn gastschrijverschap, op weg was naar de universiteit, betrapte ik me erop dat ik dacht: wat is dat raar en inefficiënt geregeld, zeg, dat je de deur uit moet voor je werk.

‘Ik ga naar mijn werk’, dat betekende voor mij bijna een kwarteeuw lang dat ik thuis de trap op liep en in mijn werkkamer ging zitten. Zo lang geleden is het dat ik voor het laatst een reguliere baan had, op de redactie van Opzij. Een baan met een vast salaris plus een dertiende maand, een kerstpakket en een OVabonnement. Van dat alles heb ik destijds afstand gedaan om zeg maar ‘van en voor de literatuur’ te gaan leven. Ik moet nu constateren dat dit streven mij óók heeft gemaakt tot een schepsel dat er geen flauw benul meer van blijkt te hebben hoe gewone burgers hun werkzame leven doorbrengen.

‘Alle schrijvers zijn getikt,’ zei ik onlangs tegen mijn voorgangster Christine Otten (die zelf trouwens opmerkelijk ongetikt is). Dat is misschien wel onvermijdelijk als je dag in dag uit in je piere-eentje zit na te denken over niet-bestaande mensen en hun niet-bestaande problemen. Zonder blikken of blozen brengen wij onze personages in de meest afgrijselijke omstandigheden, we drijven ze naar de afgrond, we sleuren ze door oceanen van snot en schenken onszelf daarna tevreden een borrel in. Normaal menselijk gedrag is dat niet te noemen.

Toch lijft de VU met zichtbaar genoegen jaarlijks een van deze vreemde wezens in. Kennelijk heeft de ervaring geleerd dat dat iets oplevert. Ik vind het een zeer lofwaardig initiatief en het zou wereldwijd weleens een unicum kunnen zijn. Waar elders wordt er op een universiteit een auteur aangesteld met geen andere opdracht dan een jaar lang zijn of haar omgeving te observeren en erover te reflecteren en te schrijven? Waar, sedert de Renaissance, kom je zoiets nog tegen?

Als thema voor mijn activiteiten heb ik ‘de imperfectie van de schepping’ gekozen. Dat thema vormt de basis van mijn werk als schrijfster, maar het speelt ook in ons aller bestaan. Er gaat zowat geen dag voorbij of we worden geconfronteerd met grote en kleine onvolmaaktheden in het leven. De vraag is: moeten we die snel zien glad te strijken en trachten te repareren, of dienen we ons er domweg mee te verstaan? Dat is voor mij een belangrijke kwestie in deze tijd met z’n maakbaarheidsideologie. Hoe wordt er op de VU met onvolmaaktheid omgegaan?  

Het zal overigens nog niet meevallen om Christine waardig op te volgen. Zij heeft het afgelopen jaar heel veel mensen op de VU gelukkig gemaakt. U en jullie en ik, wij zullen met z’n allen om te beginnen het hoofd moeten bieden aan de imperfecties van haar opvolgster. Zij heeft in elk geval veel zin in de komende periode en iedereen is welkom om haar om welke bijdrage dan ook te vragen.

Comments (1)