[2 maart] Van de week werd ik in de mensa aangeschoten door een student politicologie die zei dat hij laatst mijn college over de seksualisering van de jeugdcultuur had bijgewoond (zie vorige blog). ‘U heeft me wel aan het denken gezet, mevrouw,’ zei hij.
Ietwat beduusd legde ik mijn broodje neer. Wat een leergierige en beleefde jongeman. ‘Vooral over die commercials,’ vervolgde hij.
Ja, daar hadden we het inderdaad ook over gehad, over het weinig realistische vrouwbeeld dat er veelal in de reclame wordt gepresenteerd, en wat voor misvormende impact dat heeft op mens en maatschappij. We zijn met z’n allen gaan geloven dat échte vrouwen en meisjes er net zo horen uit te zien als gephotoshopte en opgepimpte modellen.
Wat leuk om te horen dat die jongen daar nog verder over had nagedacht. Hij zou nu vast nooit meer in die leugenachtige beelden trappen. Daar had ik als Schrijver op Locatie toch mooi mijn eerste missionaire succesje mee te pakken.
‘Wat goed,’ zei ik, zowel tegen hem als tegen mezelf. ‘En wat is je voornaamste conclusie?’
Hij boog zich voorover. ‘Als niemand die commercials meer zou geloven,’ zei hij langzaam, ‘weet u dan wat er gebeurt?’
Ja. Dan zouden er stukken minder meisjes met anorexia zijn. Dan zouden heel veel vrouwen opeens tevreden zijn over hun uiterlijk. Dan zouden mannen…
Hij keek me borend aan. ‘Dan gaat de economie naar de knoppen. Dag mevrouw.’
Comments