[13 april] Ik had me vastberaden voorgenomen om minstens een maand te wachten totdat ik zou kijken of er hartenkreten in de klaagmuren waren gestopt. Zo’n project moet per slot van rekening eerst de kans krijgen ‘te landen’. Maar toen had ik op de campus een wonderlijk gesprek: iemand vroeg mij aan welke criteria post voor de klaagmuren moest voldoen.
Meteen kwam mijn gesprekspartner trouwens met een vervolgvraag, die eigenlijk de kern van de zaak bleek te behelzen. Hij had vernomen dat ik bij dit project was bijgestaan door een groep studenten, en waar het hem om ging was dit: had ik de criteria vastgesteld of waren die het resultaat geweest van een democratisch proces?
Nou zijn er weinig dingen waaraan ik zo’n hekel heb als aan democratische processen. Dat komt misschien doordat ik altijd in mijn eentje werk. Een roman schrijven is geen werk dat groepsoverleg of inmenging van buitenaf vereist of verdraagt. Maar ook als bewone burger heb ik het niet op democratische processen. Ga maar eens met het hele wijkcentrum een paard ontwerpen en geef iedereen daarbij inspraak: geheid dat je dan eindigt met een kameel.
Deze woorden sloegen mijn gesprekspartner zichtbaar uit het veld. Hij droop af, met boven zijn hoofd een grote, wiebelende denkbel waarin stond: ‘Wat een stoomwals is dat mens, en ik dacht nog wel dat kunstenaars zulke gevoelige en invoelende personen waren.’
Voldoe toch eens wat meer aan de verwachtingen, maande ik mezelf aan terwijl ik hem nakeek. Hou je opinies voor je, het zijn maar opinies, en opinies zijn de pest van deze tijd. Verbind liever! Verspeid een zonnetje!
Toen kreeg mijn nieuwsgierigheid plotseling en onverwachts, gelijk de prunus die op de Filosofenhof stond te bloeien, de overhand en ik graaide in mijn tas naar het sleuteltje van de ‘brievenbus’ van de klaagmuren. Over criteria, door wie en op welke wijze dan ook geformuleerd, had ik nog niet eerder nagedacht. Maar zou nu misschien kunnen blijken dat de klaagmuren zelf, op een zeg maar organische wijze, ook een fijne term, hun eigen criteria al aan het ontwikkelen waren?
Het is een voorrecht om van nature een animistische kijk op de dingen te hebben, vind ik.
Dus ik als een speer naar de eerste klaagmuur binnen handbereik. Mijn hart ging tekeer en mijn konen gloeiden. Ik in de weer met dat verhipte sleuteltje. Wat een takkeklus. Linksom werkte niet, rechtsom evenmin. Ik dacht: O wee, o wee. En daardoor dacht ik onontkoombaar aan juffrouw Jansen van wie ik ooit Grieks kreeg en die de verkwikkende gewoonte had om alle samenvattende koorzangen droog af te doen met de tekst: ‘O wee, o wee, nou, nu weten we het wel, hoor, voort met de geit’, hoe veel koningskinderen er ook waren afgeslacht en hoe veel tragische gebeurtenissen er ook hadden plaatsgevonden, hele geslachten waren tenonder gegaan, dynastieën om zeep geholpen, en ik dacht: Zet dan ook je bril op, stommerd.
Sesam open U.
In mijn armen (had ik maar een rokje aangehad om alles in op te vangen) rolde een lawinetje van papier. Ik ging op de grond zitten en begon te lezen.
Comments