[14 september]
De klaagmuren blijken weer goed gebruikt te worden. Wat me opvalt is dat veel studenten eindeloos dubben over de vraag of ze van hun studie gelukkig zullen worden. Dat is vast een legitieme vraag, maar ik vind hem toch een beetje raar. Ik voel er dezelfde weerstand tegen die ik vroeger als kind had tegen het eerste artikel van de katholieke catechismus:
‘Waartoe zijn wij op aarde?
Om God te dienen en hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn.’
Gelukkig moeten zijn, wat een draconische opdracht. Het is goed voor het humeur, dat natuurlijk zeker, maar aangezien geluk net zoals gezondheid een goed is dat je voor het grootste gedeelte gewoon toevalt, moeten we niet doen alsof het altijd en voor iedereen een haalbare kaart is. Wanneer je gedeprimeerd of verdrietig bent, ben je dan een loser? En kún je eigenlijk wel gelukkig zijn zonder het reliëf van pech, verlies, defaitisme en zwartgalligheid?
Als ik later paus ben en een nieuwe catechismus kan schrijven, zet ik daar in dat wij op aarde zijn om dankbaar te zijn voor het feit dat we er zijn. Dankbaarheid is een emotie waarvan je ongelooflijk gelukkig wordt. En als er tijdelijk niks is om dankbaar voor te zijn, hoef je je ook geen mislukkeling te voelen.
Zo, dat is opgelost.
Misschien zou ik er niet zo over denken als ik een ander beroep had. Zoals Tolstoj stelde, wat heb je eraan om over gelukkige gezinnen te schrijven, daar valt weinig tot niets over te melden. Wij kunstenaars zijn dan ook uitgesproken verzot op ongeluk.
Dat zal ook blijken uit de filmfragmenten die ik koos voor Cinema Renate op 21 september in cultuurcentrum de Griffioen, en waarover Dick Roodenburg me zal interviewen.Komt dat zien, aanvang 20.30 uur, en met een beetje geluk hebben we met z’n allen een heerlijk opmonterende avond.
Comments