[2 oktober]
Ik werd uitgenodigd een bijdrage te leveren aan een college Grieks. Onderwerp zou zijn de tekst Chaireas en Kallirhoë van Chariton van Afrodisias, een obscure schrijver uit de eerste eeuw na Christus. De vertaalster ervan, tevens en vooral docent klassieke talen aan de VU, strikte mij voor deze opdracht met een aanstekelijke e-mail, waarin zij stelde dat dit werk de status van de eerste Europese roman kan worden toegedicht.
Eat your heart out, Cervantes, dacht ik.
Het was de bedoeling dat ik mijn moderne schrijversoog over deze tekst zou laten gaan en zou uitleggen of die literaire kwaliteit bezit, of eerder met een boeketreeksroman vergeleken kan worden. Een kolfje naar mijn hand.
Ik had namelijk net een paar weken eerder op de Amsterdamse Parade tegen mijn collega Thomas Rosenboom gestreden in een hilarische literaire quiz die ‘Pulp of fictie’ heette. Daarin werden ons erotische passages voorgelegd die wij moesten determineren: waren ze afkomstig uit een literair meesterwerk of uit een kasteelroman?
Direct al bij de eerste zin die werd voorgelezen stond het antwoord voor mij telkens vast. ‘Pulp!’schreeuwde ik dan zo hard als ik kon. En dan bleek het om Coetzee te gaan, of W.F. Hermans. Nog nooit eerder binnen een halfuur zo veel flaters op elkaar gestapeld. Hoogtepunt van de avond was echter het moment dat Thomas over een fragment zei: ‘Nou, ditmaal heeft Renate echt gelijk, dit is zondermeer pulp.’ Was het een passage uit zijn eigen roman Gewassen vlees.
Nee, op basis van een paar zinnen zonder context valt niet op te maken wat het literaire gehalte van een tekst is. Maar toen het uur van mijn college was aangebroken en we met z’n allen over Chaireas en Kallirhoë gebogen zaten, lag het natuurlijk anders. Wat een boek, trouwens. Beeldschoon meisje krijgt de liefde van haar leven in de schoot geworpen, maar hun liefde wordt geplaagd door vele hindernissen en obstakels…
Verwikkelingen, mensen. Krachten en tegenkrachten. Dat is waar verhalen het van moeten hebben, of ze nu als hoog of laag worden aangemerkt. De premisse van iedere roman, en hierin ontmoeten literatuur en lectuur elkaar verrassend vaak, is: iemand wil iets, maar kan dat niet of slechts met de grootste moeite verwezenlijken.
Zelfs Oblomov wil iets (en wordt daarin gefrustreerd): met rust gelaten worden.
Wellicht doordat Thomas Rosenboom nog door mijn hoofd spookte, kwam ik tijdens het college met grote gedrevenheid te spreken over het fenomeen dat hij zo treffend heeft gemunt als ‘het strevende personage’. In een boek moet je mensen aan boord hebben die iets willen, anders krijg je geen drama op gang. Om die reden zou je kunnen stellen dat Donald Duck uit de strip een veel ‘bevredigender’ personage is dan Jezus Christus uit het Nieuwe Testament: de eend wil altijd overal een slaatje uit slaan, Katrien behagen, Dagobert aftroeven en uit handen van de Zware Jongens blijven. Jezus, daarentegen, heeft zelf helemaal niets te willen en dient louter de opdracht van zijn Vader uit te voeren (Ik wou dat ik het zelf had bedacht, maar dat is Rosenbooms werk.).
Ik wees de studenten erop dat de geliefden uit Chaireas en Kallirhoë amper strevende personages te noemen zijn. Ze zijn de speelbal van het noodlot en het toeval. Dat sluit natuurlijk naadloos aan bij het mensbeeld uit de Griekse oudheid, maar het werkt voor de moderne lezer toch niet erg overtuigend. En ik had nog meer hardhandige opmerkingen.
Hoe smakelijk, vermakelijk en meeslepend het verhaal van Chariton ook is, op allerlei niveaus (die van stijl, vorm, tijdbehandeling en perspectief bijvoorbeeld) kon ik dingen aanwijzen waarvan je moest concluderen: dit proza is waarlijk onverschrokken slecht, dit kunnen we geen literatuur noemen. Geen literatuur tenminste, die voldoet aan de conventies van onze tijd.
Op dit punt leek het sommige studenten toch wat te gortig te worden. Hadden zij zich wekenlang toegewijd en liefdevol, met het woordenboek binnen handbereik, zin na zin door dit epos heen zitten worstelen, kwam ik even meedelen dat het niet zo veel voorstelde. Een van hen zei op tamelijk vinnige toon dat het haar leek dat ik een afgrijselijk vak had als ik me bij het schrijven de hele tijd aan literaire conventies moest houden.
Ik besloot dat het tijd werd om in te binden en eindigde dit leerzame uurtje met de uitsmijter dat het verschil tussen literatuur en lectuur in mijn beleving simpel samen te vatten is: literatuur roept vragen op en lectuur geeft antwoorden. En soms heeft een mens behoefte aan het een en dan weer aan het ander. Maar dat doet niets af aan het verschil.
‘Wij van GTLC’ waren zeer vereerd dat onze eigen Schrijver op Locatie Renate Dorrestein een college kwam geven. We lezen de roman Chaireas en Kallirhoë van Chariton in het kader van het college taalverwerving Grieks en het is geweldig verfrissend om de tekst af en toe van een totaal andere kant te bekijken. Het was een inspirerend gastcollege en wat de studenten tijdens het college niet hadden durven te zeggen kwam naderhand naar voren (praten over een dode schrijver is weer iets heel anders dan in discussie gaan met een levende): die vergelijking van Donald Duck met Jezus, was die nu steekhoudend of niet…?
Gedurende de colleges erna heb ik natuurlijk als docent de nobele rol op me genomen om Chariton te verdedigen. Toegegeven, het werk is pulp, maar het is wel de eerste pulp van Europese bodem en dan óók nog pulp van de betere soort. Als bijvoorbeeld halverwege het boek twee hooggeplaatste heren, één uit Ionië en één uit Karië, in een rechtszaak verwikkeld zijn om de beeldschone hoofdpersoon Kallirhoë, houden zij allebei een vurig pleidooi, dat bij nauwkeurige lezing verdraaid goed in elkaar blijkt te zitten en de beide heren scherp karakteriseert. Omdat ook de rechter (de Grote Koning Artaxerxes zelf) verliefd wordt op Kallirhoë, komt het nooit tot een uitspraak…
Chaireas en Kallirhoë is een ‘feel good’-verhaal dat antwoorden geeft aan de lezer, maar tegelijkertijd ook vragen oproept voor de literatuurcriticus: wat is literatuur? wie las dit soort werk in de Oudheid: mannen, vrouwen of allebei? Waarom ontstond er behoefte aan dit soort verhalen?
Emilie van Opstall, universitair docent Grieks)
Posted by: Emilie van Opstall | 10/22/2010 at 10:33 AM