Eerste werkdag als schrijver op locatie en onmiddellijk een boete in de trein wegens drie minuten te vroeg reizen, zo’n dikke mist dat het raam wel een grijs vel papier lijkt en een pseudo-relletje in Ad Valvas.
Hm. Omineus.
Ad Valvas rept in een stukje over oud zeer van mij en laat daar Nico Drok op reageren. Hij was in de jaren tachtig directeur van de Christelijke School voor Journalistiek in Kampen. (Ja, Kampen.)
Oud, dat is het wel. Zeer? Mwah... Nee.
Ooit ben ik gevraagd om op die school journalistieke technieken te doceren, maar na anderhalve maand kwam het bestuur erachter dat de nieuwe docent joods was. Op een mooie vrijdagmiddag heeft toen de voorzitter van dat bestuur, mijnheer Herstel (ook nog voorzitter van de NCRV in die verzuilde dagen), mij uitgelegd dat het mij zouden laten gaan na de proefperiode. Vanwege die... eh... ‘joodse achtergrond’.
‘Denkt u dat ik met rare pakjes aan door de gangen ga lopen?’ vroeg ik. (Dat deden de studenten, want midden jaren was punk nog steeds hip in Kampen.)
Nee, dat dacht hij niet.
‘Denkt u dat ik ze zal corrumperen met “joodse denkbeelden”?’
Nee, het ging om de geest van de school, de christelijke geest.
‘Ik geef journalistieke techniek,’ zei ik. ‘Wat is daar christelijk aan? Of denkt u dat er zoiets bestaat als een joodse bijzin?’
‘Mijnheer Möring,’ zei mijnheer Herstel. ‘Het is niets persoonlijks. Sommige van mijn beste vrienden zijn joods.’
Toen ben ik opgestaan. Ik ben de school uitgelopen en naar het station gegaan. Ik heb nog één keer achterom gekeken, daar op het perron. De vele kerktorens van Kampen prikten in de novemberlucht. Ik dacht: hier kom ik nooit meer terug.
Kampen. Sindsdien heb ik er nooit meer aan gedacht.
Maar nu beweert Nico Drok (we waren hem al bijna vergeten) in Ad Valvas dat het bestuur mij destijds helemaal niet kwijt wilde vanwege mijn joodse achtergrond.
Nico, toch... Mag je liegen van je moeder? Mag je dat van je geloof? Ben je ineens vergeten dat hetzelfde bestuur een paar jaar eerder een directielid ontsloeg toen ze lesbisch bleek? En, Nico, je nam mij niet aan, zoals jij beweert, omdat ik een tijdschriftenachtergrond had (want die had ik niet, bovendien zat er al iemand uit die hoek), maar omdat ik stukjes voor kranten schreef. Ik zei toen nog dat ik joods was en vroeg je of dat geen probleem zou opleveren. ‘Natuuuuurlijk niet,’ antwoordde je, ‘ben je gek?’
Nico, is het premature Alzheimer, die vergeetachtigheid? Of is het gewoon plezieriger om je lafheid niet te onthouden?
Comments