« september 2008 | Hoofdmenu | november 2008 »

oktober 2008

26-10-08

Wereldse maaltijd

Ik heb altijd een beetje medelijden gehad met mensen die geen kaart kunnen lezen. En ik snapte het ook nooit zo goed. Het is toch gewoon een kwestie van straathoeken aflezen en terugzoeken op de plattegrond, die eventueel zo draaien dat hij letterlijk gelijk loopt aan de werkelijkheid en daarvandaan je vervolgroute bepalen? Ik vind het heerlijk om elke verkenningstocht door een nieuwe stad zo uit te stippelen dat alle bezienswaardigheden in principe in één uur kunnen worden aangedaan en op vakanties loop ik dan ook altijd voorop met een zodanig georigamide kaart dat hij altijd een straal van 500 meter vanaf onze huidige bevindplaats beslaat. Als toeristen me in Amsterdam vragen hoe ze het snelst bij het Leidseplein komen, overlaad ik ze altijd met zoveel details en kronkelbochten, dat ze gedesoriënteerd de verkeerde kant oplopen, ik erachteraan moet rennen om ze alsnog de goede richting op te draaien en dan moet toekijken hoe ze aan de overkant van de weg stiekem een second opinion inwinnen. Wanneer één van mijn reisgenoten me echter vraagt waar we ons bevinden, hoe we verder zullen lopen en hoe lang dat nog zal duren, wijs ik altijd op het midden van mijn kaart, wapper vaag en versneld de route en mopper dat we er zo zijn en heus wel goed lopen, als de dood dat ze me mijn kaart afnemen en zien dat het sneller kan, maar je dan die ene misschien ook wel bezienswaardige trekpleister mist.

 

Vanaf nu hebben al deze mensen echter een reden om onbegrip en medelijden te hebben met mij: ik kan geen recepten lezen. Echt niet. Hoe ik het ook wend of keer, zonder professionele begeleiding en strikte aanwijzingen bak ik er letterlijk niets van. Waar veel mensen heel rustig een boodschappenlijstje samenstellen naar aanleiding van de recepten die ze voor die avond hebben geselecteerd, daar vervolgens in de supermarkt hun mandje mee vullen en thuis in de weer gaan met de ingrediënten en al hun keukenapparatuur, zit ik al bij stap 1 te tobben of ik dit echt wel wil eten (want al die kruiden heb ik helemaal niet en gebruik ik verder ook nooit en de noodzakelijke staafmixer en keukenmachine heb ik al helemaal niet), wat au-bain-marie ook alweer is en hoe mijn vorige experiment met roomboter smelten in de magnetron was afgelopen. Ik laat pasta overkoken, soep aanbranden en lang door mij gebakken biefstuk noemt echt niemand well-done.

 

Ik was dan ook heel blij dat, toen we met de Wereldwinkel VU besloten een wereldmaaltijd te organiseren op Wereldvoedseldag, ik niet de leiding kreeg. Ik mocht gewoon naar hartelust stoofpeertjes schillen, knolselderij raspen en eten serveren, maar hoefde gelukkig geen rekening te houden met kooktijden, -temperaturen en -volgorde. Daar hield de rest van het kookteam rekening mee, en zo stond al het eten toch op tijd op tafel.

 PICT0826  

Elk jaar vindt op 16 oktober de Wereldvoedseldag plaats: een dag in het teken van de voedselverdeling op aarde en hoe dat eerlijker zou kunnen. Het is namelijk niet zo dat er zoveel mensen honger hebben en daaraan sterven doordat er te weinig eten is, maar doordat het eten dat er is niet eerlijk verdeeld is. Als we het beschikbare voedsel wel eerlijk zouden verdelen, zou iedereen elke dag behoorlijk wat kunnen eten en zou het gedaan zijn met de honger. Best een goed streven, niet? Daar wilde we met de Wereldwinkel VU, in samenwerking met het studentenpastoraat vE90, graag een bijdrage aan leveren. En gelukkig waren er nog een hoop mensen het daar mee eens, waardoor we uiteindelijk met z’n 27-en aan tafel zaten, te genieten van een maaltijd die gemaakt is van alleen maar ingrediënten waar de wereld genoeg van heeft voor iedereen. Tussen gangen door vertelde econoom van de stichting Onderzoek Wereldvoedselvoorziening van FEWEB (SOW-VU), Max Merbis, over de economische aspecten van de oneerlijke verdeling en na het dessert van stoofpeertjes was er een workshop van studenten van FairClimate, waarin we ons in de verschillende rollen van Braziliaanse belangengroepen moesten inleven om het probleem van de amazonekap versus sojaplantages op te lossen (bleek nog niet zo makkelijk!). Meer foto’s van dit heuglijke gebeuren staan op http://picasaweb.google.nl/wereldwinkelvu en alle recepten kan je terugvinden op http://www.wereldmaaltijd.nl/recept.htm.

PICT0829

16-10-08

Alleen

Daar zit ik dan weer op Divinity Road nummer 179, helemaal alleen. Voelt wel raar zo zonder Sier. Naar huis gaan en niemand die op je wacht of waar jij op kan wachten. Je gaat ook ineens in alles herinneringen zien, van de dingen die je samen hebt gedaan. Vreemd eigenlijk, voordat we naar Oxford kwamen werd ons van alle kanten verteld dat het niet zomaar iets is: opeens samenwonen en vooral in een ander land, waar je eigenlijk nergens heen kan gaan als je het even zat bent. We dachten dat het allemaal wel goed zou komen. Eenmaal in Oxford merk je toch dat het wel even wennen is, om alles samen te doen en maar weinig tijd echt voor jezelf hebt. Uiteindelijk is het verbazend goed gegaan en hebben we een geweldige tijd samen gehad. Mis het wel.. zo samen zijn. Naar QI, Extras, Little Britain en de Dragons Den kijken (favoriete BBC programma’s), voetballen bij Brookes en in het park picknicken. Ik besef me nu ook hoe anders het was geweest als ik alleen was gegaan.. Ik had nooit zoveel gedaan als nu, en zeker slechter voor mezelf gezorgd; eet tegenwoordig alleen maar pannekoeken, rijstepap, en af en toe een samosa van de Kebab Kid op de weg terug van het lab. Wel wat anders dan de mexicaanse wraps, spagetti uit de oven, en aardappelen-groente-vlees van voor Siri’s vertrek.

Maar gelukkig kon ik me richten op het aankomende bezoek van mijn ouders! Ze waren al een week met de camper door Engeland aan het trekken op zoek naar bijzondere planten voor de kas en kwamen halverwege de week op bezoek om te kijken hoe het mij hier verging. Was erg gezellig; we hebben wat rond gelopen door oxford en hun de tuinen van baliol college laten zien. Het was heerlijk rustig daar omdat we buiten bezoekuren naar binnen mochten met mijn universiteitspasje. Mijn vader werd helemaal opgewonden van sommige planten die er stonden. Met name een soort lobelia, in aalsmeer een plantje niet hoger dan je knie, stond daar in de border als een wild bloeiende en meters-hoge plant! We waren het erover eens dat zoiets in nederland nooit zou kunnen. Het bijhouden van zoiets prachtigs kost tijd en moeite, en zou in nederland als eerste worden wegbezuinigd. De dag sloten we af met een waar feestmaal bij de Indier, erg lekker. 

Gaat nu gelukkig wel wat beter met stage. Het heeft lang geduurd maar nu is alles geoptimaliseerd; techniek en protocol. Ik heb geleerd dat het je veel tijd kan schelen als je van te voren beter anticipeert op welke problemen er kunnen ontstaan, en daar het uit te voeren experiment op aan te passen. Hoop dat ik dit dan ook kan vertalen in wat goede, bruikbare data!

9-10-08

Vertrek

Nu was het dan toch echt zo ver: Siri gaat naar huis. Samen naar Amsterdam en ik dan weer terug naar Oxford. Behalve de realisatie dat we elkaar nu voor minstens een maand zouden moeten missen, was de stemming extra beladen omdat we ook nog eens afscheid moesten nemen van ons huisje op de Westerkade. Zonder echt aan het idee te kunnen wennen was ik mijn huis kwijt. Gelukkig hadden we nog wel de tijd en gelegenheid om er een laatste nacht te kunnen slapen. Ik zou drie dagen blijven en in die drie dagen moest alles van de Westerkade ingepakt en leeg zijn. Gelukkig kwamen vrienden van ons helpen en was het in twee dagen ‘all set and done’. Terwijl ik aan het inpakken was, was Siri druk bezig haar tijd te verdelen tussen sociaal meedoen aan de introweek van de VU en helpen met inpakken. Toen ik op de VU was om Cathrin te bezoeken voor een zwaar nodige werkbespreking zag ik Sier dan ook vrolijk rondhobbelen met wat nieuwe studiegenoten en gingen ze net op weg naar Artis. Het gesprek met Cathrin gaf moed, ze herkende sommige problemen waar ik tegenaan liep. Ik had er dus wel weer zin in, want de laatste weken heb ik het erg moeilijk gehad en begon ik al te denken dat het allemaal aan mij lag.
Dinsdag avond kregen we via de mail eindelijk de uitslag van de CPE test die Sier maanden ervoor had gedaan: een B! Gehaald dus, met meer dan 80% goed! Dat was reden voor een feestje en gingen we onze laatste avond in wat onze oude buurt zou worden een biertje drinken als afscheid. Afscheid van de Westerkade, van vrienden en van Sier..
Woensdagochtend om 8 uur ging mijn vlucht en vertrokken we dus al om half 7 bij mijn ouders vandaan waar we de laatste nacht hadden doorgebracht en tot diep in de ochtenduren hebben gepraat en gelachen. Wat minder lachen was het op Schiphol toen werd omgeroepen dat mensen voor de vlucht naar Londen nu toch wel echt moesten gaan inchecken. Het afscheid was zwaar en emotioneel, na vijf maanden dagelijks samen zijn ineens weer helemaal alleen...Dag lieve Sier, dag Amsterdam. Tot snel!

6-10-08

Bezoek aan Ariëlla Kornmehl

We zijn een beetje te vroeg deze week. In een straatje vlakbij het huis van Ariëlle Kornmehl staan we wat te kletsen voor we aanbellen. Marcel Möring is er deze keer niet bij wegens ziekte. Dat is erg jammer, want hij kent haar goed. Hij heeft haar geholpen bij het schrijven van haar debuut ‘Huize Goldwasser’ en ook bij haar tweede roman ‘De Vlindermaand’, die wij allemaal gelezen hebben. Het zou wel interessant zijn om van beide schrijvers te horen hoe hun samenwerking is geweest tijdens het tot stand komen van deze romans.


Een kwartier later zitten we in de keuken om de tafel met Ariëlla Kornmehl. Ze zit aan het hoofd, met een aantal vertalingen van ‘De Vlindermaand’ voor zich op een stapel. Na enkele vragen ontstaat al gauw een soepel gesprek, waarin vraag en antwoord elkaar op heel natuurlijke wijze afwisselen.


Ariëlla Kornmehl vertelt ons hoe het is gekomen dat ze romans schrijft. Ze heeft filosofie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens het schrijven van haar afstudeerscriptie kreeg ze steeds de opmerking dat haar scriptie geen roman moest worden, maar een wetenschappelijk werk. De professor bij wie ze afstudeerde, stuurde haar dan ook weg toen ze hem vertelde dat ze bij hem wilde promoveren. Ze moest over een jaar maar terugkomen met haar eerste roman. En dat is gebeurd. ‘Huize Goldwasser’ is het gevolg van de afwijzing. En daarna kwam ‘De Vlindermaand’ en nu is ze alweer bezig met haar derde roman.


In Kornmehls romans kom je veel korte zinnen tegen, die de meest tragische gebeurtenissen koel, maar indringend weergeven. Tijdens het college ter voorbereiding van het huisbezoek beschreef Marcel Möring het effect van deze schrijfstijl ongeveer zo: je voelt je betrokken bij de personages doordat intieme gedachten, gevoelens en gebeurtenissen heel helder beschreven worden. Tegelijkertijd heb je het gevoel dat je door een glazen wand kijkt. Je kunt er niet echt bij en je hebt er ook geen grip op. Het is een tegenstelling die de romans boeiend maken.


Het is dezelfde tegenstelling als die ik bij Ariëlla Kornmehl proef, deze middag. Ik zie een vriendelijke en warme vrouw die ons zeer gastvrij onthaalt. Het gesprek verloopt heel vlot, haar antwoorden zijn openhartig. Toch vertelt Kornmehl dat ze het gelukkigst is als ze in haar werkkamer zit te lezen en te schrijven en verder niks hoeft te doen. En wanneer ze haar dochter naar zwemles brengt, zit ze aan de kant in haar uppie een boek te lezen, terwijl de andere moeders met elkaar zitten te kletsen. Ze lijkt gemakkelijk benaderbaar, maar blijkbaar houdt ze toch ook graag afstand. Het is eenzelfde soort tegenstelling tussen dichtbij en veraf die ook in haar boeken tot uitdrukking komt.


Dit laatste is misschien echt alleen mijn eigen interpretatie, ik weet het niet. Het viel me gewoon op. Het is wel iets wat een schrijvershuisbezoek voor mij interessant maakt: de persoon achter een roman leren kennen. En het liefst zoek ik dan naar iets in de auteur dat ook terug te vinden is in het werk van de auteur.

Op bezoek bij Oek de Jong

Daar sta ik dan ineens, in een achterhuis aan de Keizersgracht en schud de hand van een bekende Nederlandse schrijver. Een medestudent en ik zijn samen met onze docent Ad Zuiderent binnengelaten door Marcel Möring. ‘Dag, Oek de Jong’, zegt hij. Hij loenst een beetje. ‘Hallo, Lianne Broekman’, stel ik mezelf voor. Er zijn ook een fotograaf en een verslaggever van de Ad Valvas aanwezig. We stellen ons allemaal voor aan elkaar.
Daarna moeten we nog even wachten op de zeven overige studenten die vanuit de VU nog onderweg zijn. (‘Kutstudenten!’, zei Marcel Möring toen hij hoorde dat een aantal studenten wat later zou komen. ‘Hoe moeilijk kan het zijn om gewoon op tijd te komen?’ Tsja, die ironie..) Ze hebben vertraging omdat een tram defect is. Niks aan te doen.


Ondertussen heb ik tijd om eens even rond te kijken. Ik sta in een ruime vierhoekige kamer met drie ramen die uitkijken op een rustige binnentuin. Op de vloer ligt parket in visgraatmotief. Tegen twee wanden staan boekenkasten, vol boeken, soms tot boven op de kast tussen de balken in het plafond. Her en der tegen de boeken staan foto’s en ansichtkaarten. Tussen de boekenkasten staat een mooie ouderwetse piano, opengeslagen, met mooi houtsnijwerk en twee kandelaars. Op de piano staan foto’s, schilderijtjes en erboven hangt een grote spiegel met een goudkleurige lijst. Er is ook een schouw die geflankeerd wordt door bordeaux gemarmerde ionische zuilen. Op de schoorsteenmantel staan weer allerlei voorwerpen: een oranje vaas, een ouderwets klokje met gewichten, een schaal waarop een inktvis is geschilderd tussen wier en een houten doosje met ingelegd hout. In de hoek naast de voordeur is een smal houten wenteltrapje naar boven. Wat zou er boven zijn? Keuken, badkamer, slaapkamer, gok ik. The usual.


Als we later allemaal aan tafel zitten, mogen we Oek de Jong het hemd van het lijf vragen. Eerst komen wat algemene vragen aan de orde over waarom hij ons wel wilde ontvangen en waarom hij schrijft en hoe hij schrijft. Later komen de specifiekere vragen over zijn boek ‘Hokwerda’s kind’, dat wij allemaal gelezen hebben voor deze gelegenheid.


Het meest interessante antwoord kwam op de meest simpele vraag: ‘Waarom schrijft u?’ Iedere schrijver zal die vraag ongetwijfeld duizend keer gesteld worden. Toch geeft Oek de Jong er een heel serieus en mooi antwoord op. Hij vertelt rustig en bedachtzaam over zijn reden tot schrijven.


Bij de vraag moet hij terugdenken aan toen hij ongeveer vijftien was. Hij woonde in Goes en schreef daar zijn eerste verhaal, waardoor hij het schrijven ontdekt heeft. In Zeeland, bij Domburg, staan de welbekende paalhoofden, rijen palen die vanaf het strand een eind de zee in staan. Op een avond is hij een verhaal gaan schrijven over die paalhoofden. Gewoon op basis van een beeld dat in hem op kwam.


Een jongeman zit in kleermakerszit op zo’n paal terwijl het water langzaam opkomt. Om hem heen zwemmen kwallen. Aan wal is een groot hotel waar een feest gaande is en waar zijn vrienden ook zijn. Er is een spanning in het verhaal doordat de jongen ergens ook wel naar het feest wil, maar toch op die paal blijft zitten waar de kwallen omheen zwemmen.


Tijdens het schrijven ontdekte Oek de Jong dat je als schrijver afhankelijk bent van de beelden die onbewust in je opkomen. Je bent wel regisseur van je verhaal en je weet hoe je het op kunt schrijven, maar de beelden, die komen zoals ze komen. Dat proces is hij interessant gaan vinden toen hij over de jongen op de paalhoofden schreef. En dat fascineert hem nu nog steeds, wanneer hij schrijft.


Marcel Möring voegt hieraan toe dat hij het soort dilemma, zoals dat van de jongen op de paalhoofden, ook in andere boeken van Oek de Jong is tegengekomen. Veel schrijvers hebben dat, een soort van oerverhaal in hun werk. Oek bevestigt dat. Het dilemma van de paalhoofden is zijn oerverhaal.

Schrijvershuisbezoeken

Marcel Möring en Ad Zuiderent (docent moderne Nederlandse Letterkunde) verzorgen de collegereeks ‘Schrijvershuisbezoeken’. Een stuk of negen studenten volgen deze colleges. En omdat ik Möring-watcher ben voor deze blog, moet ik er natuurlijk ook bij zijn. Dat is absoluut geen straf overigens. Integendeel. De colleges geven me inspiratie en ze zorgen voor een aangenaam ritme in mijn weken, terwijl ik bezig ben met de laatste loodjes van mijn bachelor Nederlands.

Van echte colleges kun je haast niet spreken overigens, want de helft van de tijd zitten we gemoedelijk bij een schrijver thuis te kletsen. We stellen al onze nieuwsgierige vragen onder het genot van een kopje koffie of thee met iets lekkers. Het zijn een soort pretcolleges.

De schrijvers die we bezoeken zijn: Oek de Jong, Ariëlla Kornmehl, K. Michel en Marja Brouwers. Mocht je nog nooit van deze schrijvers gehoord hebben, geen nood, want ik houd je op de hoogte van onze bezoeken.

Laatste week samen

Wat is de tijd snel gegaan zeg! De laatste week dat Sier in Oxford zou zijn is ingegaan, en door alle drukte van werk en stage waren we nog aan zoveel dingen niet toegekomen... Deze week hebben we dan ook al helemaal volgeboekt met alles dat we nog moesten zien en doen in Oxford en daar buiten. Daarbij kregen we nog het vrolijke bericht dat nog een andere vriendin van Siri, samen met nog een andere vriendin, de tickets naar Londen al geboekt had om ons te bezoeken.

Gelukkig was het heerlijk weer en vonden Ines en Rosa het helemaal niet erg om samen met ons toeristje te spelen in Oxford. Zo hebben we Christchurch bezocht, waar we met mijn collegekaart door een zij ingang naar binnen konden. Christchurch, beter bekend als Zweinstein -het Harry Potter college-, is het drukst bezochte college in Oxford en op deze zonnige dag was het dan ook afgeladen met een leger toeristen, allemaal met de cameras in de aanslag. Snel hebben we nog op de beroemde trap en in de eetzaal gestaan en tussen het geduw van vele Italianen en Koreanen. Om even bij te komen van alle drukte en sensatie zijn we maar heerlijk in het zonnetje op het terras van de “Turf Tavern” gaan zitten, tot beste pub van Engeland uitgeroepen en tevens onze stamkroeg. Aan het einde van de dag zijn we nog met Sofiane erbij heerlijk uit eten geweest en hebben deze lange dag op een relaxte manier af gesloten met een cocktailtje in de tuin.

 Omdat Ines en Rosa ook Londen nog wilden bezoeken gingen ze de volgende dag na de lunch al weer weg en hadden Sier en ik wat tijd voor elkaar. Hoewel Sier haar werk de vorige week al had opgezegd kon ik niet zomaar wegblijven van het lab en besloot ik een paar dagen keihard door te werken om die donderdag en vrijdag vrij te kunnen nemen. Die donderdag hebben we nog een laatste college bezocht en achteraf waren we blij dat we hier nog wel even tijd voor hadden genomen. Magdalen College, met kasteelachtige collegezalen en de prachtige tuinen aan de rivier waar we eerder in het jaar op hadden gepunt. Aan de tuin stond een oud gebouw met een gallerij waar de restanten van een poster-presentatie sessie hingen. Hoewel de posters er niet erg professioneel uitzagen, wordt je echt jaloers als je bedenkt wat voor voorrecht je hebt als je hier mag studeren, en op zo'n locatie een poster-sessie hebt.... wel wat anders dan in de linoleum gangen van het FALW gebouw!

Snel moest er ook nog even ge-powershopt worden en hebben we de Primark en een sportwinkel in uitverkoop helemaal leeggekocht.. Kleding is hier echt belachelijk goedkoop. Veel tijd was er toen alleen niet meer over omdat we een afscheidsbarbeque voor Sier hadden georganiseerd en je wilt natuurlijk niet te laat komen op je eigen feestje!

De laatste twee dagen samen in Engeland moesten natuurlijk goed worden besteed, dus besloten we naar Bath te gaan, een prachtig plaatsje ten westen van Oxford. Hier hebben we nog de laatste ‘sightseeings’ gedaan zoals de Romeinse baden, met een Bill Bryson audio-tour. Was erg leuk, die romeinen hebben daar echt een enorm badhuis complex gemaakt dat werd gevoed door warm water dat recht uit de grond kwam. We sloten af met een traditionele pubmeal en toen was het tijd om naar huis te gaan om te gaan pakken voor Siers vertrek. Hoewel een moeilijke realisatie dat het nu toch echt voorbij is, is het wel een fantastiche week geweest!

Laatste week samen

Wat is de tijd snel gegaan zeg! De laatste week dat Sier in Oxford zou zijn is ingegaan, en door alle drukte van werk en stage waren we nog aan zoveel dingen niet toegekomen... Deze week hebben we dan ook al helemaal volgeboekt met alles dat we nog moesten zien en doen in Oxford en daar buiten. Daarbij kregen we nog het vrolijke bericht dat nog een andere vriendin van Siri, samen met nog een andere vriendin, de tickets naar Londen al geboekt had om ons te bezoeken.

Gelukkig was het heerlijk weer en vonden Ines en Rosa het helemaal niet erg om samen met ons toeristje te spelen in Oxford. Zo hebben we Christchurch bezocht, waar we met mijn collegekaart door een zij ingang naar binnen konden. Christchurch, beter bekend als Zweinstein -het Harry Potter college-, is het drukst bezochte college in Oxford en op deze zonnige dag was het dan ook afgeladen met een leger toeristen, allemaal met de cameras in de aanslag. Snel hebben we nog op de beroemde trap en in de eetzaal gestaan en tussen het geduw van vele Italianen en Koreanen. Om even bij te komen van alle drukte en sensatie zijn we maar heerlijk in het zonnetje op het terras van de “Turf Tavern” gaan zitten, tot beste pub van Engeland uitgeroepen en tevens onze stamkroeg. Aan het einde van de dag zijn we nog met Sofiane erbij heerlijk uit eten geweest en hebben deze lange dag op een relaxte manier af gesloten met een cocktailtje in de tuin.

 Omdat Ines en Rosa ook Londen nog wilden bezoeken gingen ze de volgende dag na de lunch al weer weg en hadden Sier en ik wat tijd voor elkaar. Hoewel Sier haar werk de vorige week al had opgezegd kon ik niet zomaar wegblijven van het lab en besloot ik een paar dagen keihard door te werken om die donderdag en vrijdag vrij te kunnen nemen. Die donderdag hebben we nog een laatste college bezocht en achteraf waren we blij dat we hier nog wel even tijd voor hadden genomen. Magdalen College, met kasteelachtige collegezalen en de prachtige tuinen aan de rivier waar we eerder in het jaar op hadden gepunt. Aan de tuin stond een oud gebouw met een gallerij waar de restanten van een poster-presentatie sessie hingen. Hoewel de posters er niet erg professioneel uitzagen, wordt je echt jaloers als je bedenkt wat voor voorrecht je hebt als je hier mag studeren, en op zo'n locatie een poster-sessie hebt.... wel wat anders dan in de linoleum gangen van het FALW gebouw!

Snel moest er ook nog even ge-powershopt worden en hebben we de Primark en een sportwinkel in uitverkoop helemaal leeggekocht.. Kleding is hier echt belachelijk goedkoop. Veel tijd was er toen alleen niet meer over omdat we een afscheidsbarbeque voor Sier hadden georganiseerd en je wilt natuurlijk niet te laat komen op je eigen feestje!

De laatste twee dagen samen in Engeland

moesten natuurlijk goed worden besteed, dus besloten we naar Bath te gaan, een prachtig plaatsje ten westen van Oxford. Hier hebben we nog de laatste ‘sightseeings’ gedaan zoals de Romeinse baden, met een Bill Bryson audio-tour. Was erg leuk, die romeinen hebben daar echt een enorm badhuis complex gemaakt dat werd gevoed door warm water dat recht uit de grond kwam. We sloten af met een traditionele pubmeal en toen was het tijd om naar huis te gaan om te gaan pakken voor Siers vertrek. Hoewel een moeilijke realisatie dat het nu toch echt voorbij is, is het wel een fantastiche week geweest!