« oktober 2008 | Hoofdmenu | december 2008 »

november 2008

24-11-08

Op bezoek bij K. Michel

Op het naambordje aan het Oosterpark staat gewoon Michel Kuijpers, niet K. Michel. We bellen aan en even later gaat een zoemer. Ad Zuiderent duwt de klemmende voordeur open en daar gaan we, op naar derde verdieping. Op de laatste trap ligt een fleurige traploper. En op de onderste trede van die trap worden we verwelkomd door een vuisthoog beeldje van een ezel of een kameel. Boven aangekomen schudt mijn voorgangster een hand die vanuit de deurpost lijkt te komen. Even later schud ik ook de hand van K. Michel en groet Marcel Möring die op het balkon een sigaretje staat te roken.



Mogen we foto’s maken tijden het gesprek? Het gesprek opnemen voor een verslag? Ja hoor, je doet maar. K. Michel kijkt vrolijk en onbekommerd om zich heen.


Iemand vraagt waar K. Michel zijn inspiratie vandaan haalt. ‘Dat gebeurt gewoon af en toe eens,’ is het nuchtere antwoord. Gelukkig wil hij ons wel vertellen hoe dat dan af en toe eens gebeurt. ‘Ik begin gewoon iedere morgen met lezen, aantekeningen maken, oude aantekeningen lezen. Ik ben altijd wel ergens mee bezig, dus ik kan ook altijd wel ergens mee verder.’ Hij staat op en haalt een collegedictaat te voorschijn en legt het open op tafel.

‘Kijk hier, dit mogen jullie niet lezen hoor, want ik ben er nog mee bezig, maar hier begon ik, en daar (blader, blader) ging ik weer verder en daarna (blader, blader, blader) hier weer verder.’ K. Michel wijst op verschillende tekstblokken in zijn schrift. Het gebeurt wel eens dat ik na maanden mijn aantekeningen herlees en dat een zin dan ineens een bepaalde glans heeft gekregen. Of dat ik twee zinnen van verschillende pagina’s ineens bij elkaar vindt passen. Zo verzamel ik woorden, zinnen en ideeën. Vervolgens ga ik ze uittypen. En dan maak ik versie na versie na versie om uiteindelijk tot de juiste versie te komen.

‘Wanneer is een gedicht dan af?’ vraagt een ander.

‘Op een gegeven moment heb ik voldoende inhoud, dan heeft een gedicht voldoende body. De rode draad, een bepaald idee, heb ik dan te pakken. Ik kijk of er nog wat gedraaid kan worden in de uitwerking van dat idee. Daaruit komen al die versies ook voort. Maar het is net als bij appels en peren, als ze zwaar genoeg zijn, dan vallen ze van de boom. En eerlijk gezegd ben ik het dan ook zat. Maar er zijn ook gedichten die nooit af komen.’

‘Heb je dan het gevoel dat ze aan je blijven trekken?’ vraagt Marcel Möring.

‘Ja, ik heb een soort prikbord in mijn hoofd van dingen die ik perse ooit eens wil gebruiken. Maar er is ook veel materiaal dat ik verzamel en nooit gebruik. Alsof je een grote vrachtwagen vol tomaten hebt. Als je gaat pureren houd je maar een half kopje over.’

Dat is dus wat er uiteindelijk in zijn bundels terecht komt. Over het resultaat van zijn noeste arbeid, dat halve kopje puree, hebben we het nauwelijks gehad. Ik vind zijn bundel Kleur de schaduwen echt heel goed. Verrassend divers, lollig, flauw, lief, sprookjesachtig, ach, eigenlijk moet je gedichten niet proberen te beschrijven, je moet ze gewoon lezen.

(Op www.digidicht.nl heeft K. Michel een aantal gedichten in bewegende vorm gezet.)

7-11-08

Oud-Zuid ontwaakt

Vreum vreum
Toet toet

Oud-Zuid ontwaakt

Je staat veur mijn wagen
Ga aan de kant
Zo kan ik er toch niet deur!


Oud-Zuid heeft een ochtendhumeur.