In mijn vorige stukje sprak ik de hoop uit wat over de HRC (Hebron Rehabilitation Committee, en dus niet Center, zoals ik eerder schreef) te kunnen melden. Een paar dagen daarvoor had ik beloofd wat meer te schrijven over het door Israël gecontroleerde deel van Hebron, H2. Hieronder een combinatie van beide voornemens.
Afgelopen zaterdag was ik even op bezoek bij een van de kantoren van HRC, midden in de oude stad van Hebron. Ik was er op uitnodiging van Walid, de PR man van de organisatie. Helaas viel mijn bezoek samen met dat van een grote groep internationale jongeren die deelnamen aan een zomerkamp. In plaats van een persoonlijk gesprek werd ik getrakteerd op een gelikte, maar redelijk doorsnee presentatie over het werk van HRC, en over de vijandige omgeving waarin dat plaatsvindt. Ik hoop binnenkort nog een keer langs te gaan en wat meer vragen te stellen, maar ik heb die middag toch wel een aardige impressie van de organisatie gekregen. Voordat ik daar echter wat over vertel, eerst iets meer over Hebron, en H2 in het bijzonder.
Hebron is de grootste stad op de Westelijke Jordaanoever, met zo'n 170 duizend inwoners en is sinds 1997, volgens de Hebronovereenkomst, effectief in tweeën gedeeld in H1 en H2. Zoals ik al eerder schreef, wordt H1 door de Palestijnse Autoriteit bestuurd en H2 door het Israëlische leger. Helaas voor de Palestijnen is de Oude Stad van Hebron - het economische en culturele hart - volledig in H2 gelegen. In H2 wonen ongeveer 45 duizend mensen, waaronder ongeveer 600 Joodse kolonisten.
Hebron is altijd een belangrijke stad geweest voor Joden, vanwege de graftombes van de patriarchen, gelegen onder Ibrahim moskee / Avraham synagoge, onder wie Sara, Abraham, Izaak, Rebekka, en anderen. Ook schijnt Jozef (inderdaad, die van Maria) er begraven te liggen. De aanwezigheid van de Joodse kolonisten is dan ook voornamelijk religieus gemotiveerd. Echter, de aartsvaders zijn niet alleen heilig voor de Joden, maar ook voor de aanhangers van de andere 2 grote monotheïstische religies - de Islam en het Christendom.
De Christenen zijn altijd maar zeer marginaal in de stad aanwezig geweest. De andere twee groepen,de Joden en de Moslims hebben door de eeuwen heen lange tijd in vrede naast elkaar geleefd in Hebron. Daar is nu echter weinig van te merken. Er zijn continu spanningen voelbaar en bijna dagelijks zijn er wel incidenten, die variëren van scheldpartijen tot stenen gooien, en van brandstichting tot dodelijke aanslagen.
Ik ben blij dat ik niet in de schoenen van de vredesonderhandelaars sta, want een oplossing voor Hebron lijkt me praktisch onmogelijk. Als je kijkt naar de kale cijfers - 170 duizend tegen 600 - lijkt een oplossing voor de hand te liggen: biedt de kolonisten een fijn plekje in Israël aan, ontmantel de nederzettingen en de ondersteunende infrastructuur en het probleem is opgelost. Maar de religieuze motivatie en de ongelofelijke volhardendheid van de kolonisten maken zo'n oplossing een stuk minder eenvoudig. Diegenen die in het centrum van Hebron wonen, zijn met afstand de meest radicale kolonisten. In de Israëlische samenleving en zelfs onder andere kolonisten in de West Bank kunnen ze niet op veel steun rekenen.
De kolonisten in Hebron zijn overigens niet alleen qua geloofsovertuiging zeer radicaal, maar ook in hun haat tegen alles wat Arabisch is. Toen ik zaterdag door de voor Palestijns verkeer afgesloten Shuhadastraat liep, langs een van de nederzettingen, zag ik overal op de muren (van Palestijnse huizen) de meest vreselijke verwensingen op de muren gekalkt. Ik zal hier geen teksten herhalen, maar geloof me dat de boodschap aan duidelijkheid niets te wensen overliet.
De Palestijnen in H2, op hun beurt, hebben een enorme hekel aan de kolonisten. De mensen die ik spreek zijn echter wel redelijk genuanceerd in hun uitlatingen. Zo claimen ze dat Joden van harte welkom zijn om in het centrum te komen wonen, maar dat de manier waarop dat nu gebeurt, gewoonweg niet vol te houden is. Of deze nuancering ook daadwerkelijk uit de grond van hun hart komt, is moeilijk te peilen, maar dat de huidige situatie onhoudbaar is, daar is geen woord van gelogen.
Hier zie je hoe een Joodse nederzetting tegen een Palestijns huis is aangebouwd. Op het dak van het Palestijnse huis kijk je recht in het gezicht van een soldaat, die daar vanuit een speciaal gebouwde wachtpost de boel in de gaten houdt. Vijf seconden nadat ik deze foto maakte werd ik weggestuurd. Ze houden zelf blijkbaar niet zo van pottekijkers.
Om de 600 kolonisten in het centrum van de stad te beschermen, zijn er 1500 soldaten, 18 checkpoints, en nog zo'n 50 andere obstakels als muren, hekken en op de weg geplaatste betonblokken nodig. De gevolgen voor de Palestijnse gemeenschap in de Oude Stad zijn desastreus. Meer dan 40 procent van de huizen staat leeg, ruim driekwart van de winkels heeft de deuren moeten sluiten, waaronder 500 die op last van het Israëlische leger zijn ontruimd. De bewegingsvrijheid van de Palestijnse bewoners wordt ernstig beperkt door de vele checkpoints en afsluitingen.
De aanwezigheid van die honderden soldaten en veiligheidsmaatregelen zorgt echter niet voor stabiliteit of kalmte. Integendeel. En wat het erger maakt, is dat de Israëlische soldaten (uiteraard) partijdig zijn. Er zijn vele incidenten geweest, waarbij kolonisten Palestijnen aanvallen, terwijl de soldaten erbij staan te kijken en soms zelfs helpen als de Palestijnen de overhand lijken te krijgen. Sinds kort zijn daar gelukkig bewijzen van opgedoken, in de vorm van videobeelden. De Israëlische mensenrechtenorganisatie B'tselem is enige tijd gelegen een origineel project begonnen dat "Shooting Back" heet. Om de Palestijnen te bewapenen, heeft de organisatie tientallen camera's uitgedeeld, waarmee provocaties en geweld van kolonisten en soldaten vastgelegd kunnen worden. Voor de Palestijnen, die weinig middelen hebben om zich effectief te verzetten, zowel fysiek als juridisch, is dit een van de weinige manieren van "zelfverdediging" in de scheve situatie in H2. Als een Palestijn een keukenmesje bij zicht heeft, voor het snijden van fruit bijvoorbeeld, leidt dat onmiddelijk tot arrestatie. Toen ik zaterdag echter langs een groep van vijf kolonisten liep, waren er twee bewapend met M16 machinegeweren, waardoor ze weinig onder deden voor de soldaten die daar waren om ze te beschermen.
Voordat ik afdwaal nog iets over HRC. Als je het bovenstaande stukje leest als een beschrijving van het politieke mijnenveld waarin de organisatie zich begeeft, dan maakt dat hun missie des te bewonderenswaardiger: het restaureren en in ere herstellen van het historische hart van de Oude Stad, om zo het cultureel erfgoed te bewaren en Palestijnen te stimuleren terug te keren naar hun huizen. In het stadshart, wat nog ouder is dan de rest van de Oude Stad, staan honderden huizen die tussen de 100 en 800 jaar oud zijn en dus echt een belangrijk stukje geschiedenis van de stad vormen. Jaren van gevechten en ernstige verwaarlozing hadden echter geleid tot een ernstig verval, waardoor veel gebouwen onbewoonbaar waren geworden.
Inmiddels heeft de organisatie, die sinds 1996 bestaat, 900 gebouwen en openbare locaties volledig in ere hersteld. En het resultaat mag er wezen. De foto's van voor en na laten een enorm verschil zien; sommige locaties zouden zo uit de Sprookjes uit 1001 Nacht kunnen komen. Door hun huizen op te knappen en de oude bewoners met sociale programma's, voedselbonnen en -pakketten te steunen, heeft de stichting er voor een belangrijk deel aan bijgedragen dat het Palestijnse inwoneraantal van het historische hart sinds 1996 van vijfhonderd naar vijfduizend is gegroeid.
Voorlichter Walid geeft echter toe dat HRC ondanks alle steun niet een gevoel van veiligheid bij de terugkerende families kan garanderen. HRC doet alles wat mogelijk is, maar heeft helaas geen invloed op het belangrijkste obstakel voor een leefbare omgeving: de alomtegenwoordige Israëlische bezettingsmacht.
Laatste reacties