Martijn

25-2-09

Crisis?!?

Ook bijzonder. Terwijl de mensen om me heen wanhopig aan het werk zijn om verblijfsvergunningen te regelen en ervoor te zorgen dat hun huis niet afgebroken wordt, overkomt mij zoiets simpels (maar tegelijkertijd behoorlijk desastreus!) als een complete crash van mijn laptop.

Aargghh! Crisis!

Momenteel ben ik druk bezig om mijn kleine trouwe reisgenoot weer werkend te krijgen en  te kijken wat ik van mijn werk kan herstellen. Hopelijk een heleboel. Inshallah...

Tot snel!

18-2-09

Jeruzalemiet

Inmiddels woon en werk ik anderhalve maand in Jeruzalem en voel ik me al echt een beetje thuis hier. Net als de plaatselijke bevolking kijk ik gniffelend, met een mengeling van verbazing en verwondering naar de grote drommen toeristen die hier op bedevaart zijn. Druk ervaringen met elkaar delend, herkenbaar aan het uniforme petje of t-shirt van de reisorganisatie, staan ze als kuddes schapen rond stalletjes en winkeltjes met leuke souvenirs, terwijl ze in vloeiend Engels verleid worden tot aankopen voor fikse hoeveelheden dollars. Zoals de speciale 'handgemaakte' Jeruzalem-tas waar, als je op de onderkant kijkt, "Made in China" op staat.
Ik loop nu met een wat steviger tred, doelgericht en wat minder wereldvreemd om me heen kijkend, ik heb mijn vaste adresjes voor boodschappen, en als Walid me uitnodigt voor een lezing in het Ambassador Hotel of de American Colony, of als Iman me verwijst naar een winkeltje in Salah Ed-Din Street, dan kan ik die plekken praktisch blind vinden. Bovendien is mijn aanwezigheid in de stad ook geaccepteerd door de echte 'locals'. Als ik 's ochtends naar Walids kantoor loop, proberen de verkopers en taxichauffeurs op de hoek tegenover de tuin van Gethsemane me inmiddels geen nutteloze snuisterijen of taxi meer aan te smeren, maar zeggen ze me vriendelijk gedag. Blijkbaar ben ik dus toerist af.

Natuurlijk is dat allemaal leuk en aardig, maar een "Jeruzalemiet" worden was eerlijk gezegd niet het doel van mijn reis. Ik kwam hier voor onderzoek in Gaza. Helaas heb ik vorige week echter (eindelijk) een duidelijk antwoord van de Israeli Defence Forces (IDF) gehad op mijn ingediende verzoek om toegang tot Gaza: Nee.
Op dit moment worden alleen geselecteerde journalisten en medewerkers van geregistreerde hulporganisaties toegelaten. Als promovendus aan de Vrije Universiteit voldoe ik aan geen van beide kwalificaties en maak ik dus geen kans. Het is uiteraard ontzettend vervelend dat ik nog niet aan mijn veldwerk kan beginnen, maar gelukkig verveel ik me niet. Ik heb me door middel van interviews, gesprekken en verschillende boeken en artikelen veel beter kunnen verdiepen in de geschiedenis van Gaza en de sociaaleconomische kenmerken van de samenleving. Ik heb de aandachtspunten van mijn onderzoek dan ook aanzienlijk kunnen specificeren en mijn vragen aangescherpt.
Tijdens een 2-uur durend interview dat ik gisteren met iemand uit Gaza had, merkte ik pas hoe veel meer ik oppik en tussen de regels door kan lezen, nu ik de context beter ken. Het was ook te merken aan mijn gesprekspartner, die me gedurende het interview steeds meer details gaf en geleidelijk typische Arabische woorden en uitdrukkingen ging gebruiken, in de veronderstelling dat ik die begreep. Aan de andere kant stelde ik natuurlijk ook nog steeds een paar "domme vragen". En dat is maar goed ook, want zo blijf ik bijleren.

Maar het feit dat ik niet in Gaza kan rondlopen, de sfeer ervaren en de situatie met eigen ogen aanschouwen, maakt toch dat ik het gevoel blijf houden dat ik iets mis. Een paar minuten geleden kreeg ik echter enkele nieuwe ontwikkelingen van Walid te horen, die me wat meer hoopvol stemmen. Hij had bij Israëlische contacten geïnformeerd over een eventuele nieuwe aanvraag voor Gaza, en zij bevestigden het nieuws dat er snel een doorbraak wordt verwacht in de onderhandelingen tussen Hamas en Israël. Vermoedelijk maak ik volgende week meer kans met mijn verzoek.

Vandaag vergadert de Knesset over de voorwaarden voor een wapenstilstand met Hamas en Walids bronnen vermoedden dat deze nieuwe "Kalme periode"* komende zaterdag om 11 uur 's avonds ingaat. Mij is nu aangeraden om het ingaan van deze overeenkomst en eventueel nieuw beleid voor de grensovergangen af te wachten en de dag daarna opnieuw mijn aanvraag in te dienen.
Ik probeer natuurlijk positief te blijven, maar voorlopig reken ik op niks en blijf ik bij mijn gebruikelijke mantra van "wachten, informatie inwinnen, weer wachten". Maar stiekem hoop ik toch, misschien een beetje tegen beter weten in, dat ik volgende week mijn eerste observaties vanuit Gaza kan posten. Inshallah.


* In het Arabisch heet de overeenkomst tussen Israël en Hamas "tahdiya" wat letterlijk "kalmte" betekent. Eigenlijk is het dus iets anders dan een wapenstilstand (Hudna). Het is eerder een aanzienlijke vermindering van geweld dan een totale stop ervan.

8-2-09

Machteloos

Terwijl de zon opkomt en de talloze vogels een mooie dag aankondigen, wrijf ik de slaap uit mijn ogen. Kwart over zes, wat een tijd.
Samen met vier andere mensen uit het 'welcoming house' loop ik naar Ibrahims eigen huis, zo'n vijf minuten lopen. Daar aangekomen worden we uiteraard op een ontvangst met thee en koekjes getrakteerd. Zelfs op dit vroege tijdstip is de Palestijnse gastvrijheid niet te evenaren. Na twintig minuten wachten en tevergeefs zoeken naar een Engelstalig nieuwskanaal, maant Ibrahim ons mee te komen naar waar we voor gekomen zijn. Gezamenlijk lopen we naar Ibrahims neef, Khaled. Tot dan toe lijkt het bijna op het begin van een gezellig dagje uit.
Een korte wandeling van tien minuten later staan we bij Khaleds huis. Of, beter gezegd, wat er nog van het huis over is.

Weblog1

Samen met twee waarnemers van een internationale organisatie horen we de details van Khaleds tragische verhaal. Zoals ik gisteren al vertelde, was zijn huis zonder de verplichte vergunning gebouwd en voldeed het dus niet aan eventuele bestemmingsplannen van de gemeente. Vorig jaar, in april, kregen Khaled, zijn vrouw en vijf kinderen te horen, dat een deel van het huis gesloopt diende te worden, om ruimte te maken voor een nieuw aan te leggen weg. En inderdaad, korte tijd later kwam er een bulldozer die botweg een groot gedeelte van de voorkant van het huis sloopte, waardoor het huis onbewoonbaar werd.
Het gezin vond gelukkig een onderkomen in een huurwoning, en was in ieder geval opgelucht dat het huis, in kleinere vorm weliswaar, hersteld zou kunnen worden. Het dak, het karkas en de meeste muren stonden immers nog overeind.

Toch bleef de situatie onduidelijk, de zaak leek nog niet afgedaan. Afgelopen december werd het huis van de buren volledig met de grond gelijk gemaakt en ondanks het slopen van de voorgevel leek er niet genoeg ruimte voor het aanleggen van een nieuwe weg. De buurman wiens huis gesloopt was kreeg door alle stress bovendien een hartaanval, waardoor de spanning in de buurt alleen maar toenam.

Gisteren kreeg Khaled uiteindelijk het lang gevreesde telefoontje; of hij meteen naar zijn huis wilde komen. Daar aangekomen trof hij twee legerjeeps en tien soldaten aan. Met de norse blik die soldaten zo vakkundig wordt aangeleerd, overhandigde de leidinggevende Khaled een bevelschrift, waarin stond dat de rest van zijn huis alsnog vernietigd zou worden, en wel de volgende ochtend om half acht.

Terwijl we dit verhaal aanhoren, komen er steeds meer buurtbewoners kijken. De spanning loopt op, want het is inmiddels al over half acht geweest. Het gerucht doet de ronde dat de oplegger waarop de bulldozer staat niet door de kronkelige straatjes van de Olijfberg kan manoevreren. Om kwart voor acht komen dan toch de eerste twee legerjeeps aanrijden. Ze rijden rond het huis om de omgeving te verkennen en stoppen op een heuvel achter het huis, waar ze de verzamelde groep mensen in de gaten houden. Het is het begin van een ware invasie. Vijftien minuten en meer dan twintig jeeps en busjes later, staan er zo'n honderd soldaten en agenten verspreid in de omgeving, om pottenkijkers weg te houden. Klaar om iedere vorm van weerstand hardhandig de kop in te drukken. Wij worden dringend verzocht opzij te gaan en terwijl we plaats maken, komt er een vervaarlijk uitziende bulldozer met pneumatische boor aangereden. In de vijf minuten die volgen proberen Khaled en een aantal andere mannen zoveel mogelijk van waarde uit het huis te redden; rolluiken, ijzer, de voordeur.

Weblog2 

Weblog3

Terwijl wij vanachter de linie agenten proberen foto's en video's te maken, begint de chauffeur van de bulldozer zonder verdere plichtplegingen met slopen. Ibrahim heeft me een videocamera geleend om opnamen te maken, in de hoop dat de beelden verspreid kunnen worden. Het is het enige dat ik kan doen en dat geeft me een machteloos gevoel.

Binnen een kwartier is er al weinig meer te herkennen van het huis. Terwijl de agenten en soldaten met boze blikken proberen de menigte in toom te houden, begint een aantal vrouwen uit de buurt (waaronder de tante en moeder van Khaled) luidkeels de Israëliërs te beledigen. Ik hoor Hezbollah, Gaza, Hamas, Nasrallah (Hezbollah leider) langskomen, maar versta verder niet wat er precies geroepen wordt. Hoeft ook niet, de context is duidelijk. De agenten proberen stoïcijns voor zich uit te kijken, maar sommigen kunnen een grijns niet onderdrukken terwijl ze de scheldkannonade over zich heen laten komen.

Weblog4

Na een half uur slopen klinkt er plots een luide knal. De agenten die continu met hun vingers om de trekker gespannen staan, krimpen licht ineen en kijken alert rond. Naast me staat een soldaat met een brede riem met traangaspatronen. Dreigend heft hij zijn geweer de lucht in. Als blijkt dat de bulldozer een klapband heeft gekregen, klinkt er ineens een luid gejuich en gejoel op uit de menigte. De vrouwen laten het herkenbare hoge geluid van enthousiasme achter uit hun keel komen. Het lijkt er op dat er niet verder gesloopt kan worden. Helaas was veruit het grootste deel van het huis al in puin veranderd.
Het sloopwerk zit er inderdaad op. Na veel lastig manoevreren en heen-en-weer gescheld tussen de chauffeur en enkele opzichters, rijdt de bulldozer, met lekke band, richting de oplegger waar hij eerder vanaf gekomen was.

Terwijl de soldaten zich opmaken om ook te vertrekken, komen van alle kanten ineens jongetjes aangerend, Palestijnse vlaggen in de hand. Onder luid gejoel verlaten de soldaten en de talloze auto's de plek. Als een aantal jongens stenen begint te gooien, lijkt het er even op dat het alsnog gaat escaleren, maar doortastend optreden van Ibrahim en enkele andere ouderen met overwicht, zorgt ervoor dat het uiteindelijk bij roepen blijft.
Na afloop vertelt Ibrahim, die vloeiend Hebreeuws spreekt, dat hij de dienstdoende bevelhebber dringend had verzocht geen geweld te gebruiken en de Palestijnen zelf eventuele raddraaiers in toom te laten houden. Gelukkig is het, ondanks de gespannen situatie, bij een hoop geschreeuw gebleven.

Weblog5

Als alle Israëliërs na tien minuten verdwenen zijn, staat van het huis alleen nog de halve woonkamer overeind. De rest is met de grond gelijk gemaakt. Beduusd zit Khaleds moeder op een stuk beton in de ruïne, zich beseffend dat haar zoon en zijn gezin hun huis en spaargeld kwijt zijn en, vanwege de hoge huur die nu opgebracht moet worden, een moeilijke toekomst tegemoet gaan. Wat er nog bovenop komt, en dat is echt ongelofelijk, zijn de kosten voor de bulldozer en chauffeur. Inderdaad, je betaalt voor de vernietiging van je eigen huis.*

Weblog6

Even later hoor ik van Ibrahim dat de hele colonne op weg ging om een nieuwe bulldozer op te pikken en daarna door zou rijden naar een dorpje nabij Bethlehem, waar twee andere huizen gesloopt moeten worden. Hoofdschuddend loop ik weg van de ruïne, de berg op, weer naar huis. In diverse rapporten en publicaties worden de aantallen gesloopte huizen wel genoemd, maar pas als je het een keer in het echt ziet, en het leed op een tastbaar niveau kan ervaren, dan pas besef je wat er daadwerkelijk achter een tabel of grafiekje schuil gaat.
Thuisgekomen gooi ik kwaad mijn tas in de hoek en zet ik mijn laptop aan om als een bezetene het bovenstaande stuk te tikken. Machteloosheid is een naar gevoel.

Weblog7

* Een positieve kant van het verhaal is dat je niet opdraait voor de kosten van de tientallen soldaten, agenten en auto's die de bulldozer moeten beschermen. Er zijn in Oost-Jeruzalem nu zo'n 6000 huizen zonder vergunning, maar door de hoge beveiligingskosten kan Israël maximaal 150 huizen per jaar slopen.

7-2-09

Thuis?

Na de zoveelste werkdag bij Walid op kantoor en een stevige wandeltocht de Olijfberg op, kom ik uitgehongerd thuis. Jawel, het 'welcoming house' van Ibrahim voelt inmiddels al zo vertrouwd dat ik het over 'thuis' heb. Op zich een goed teken, hoewel ik liever zo'n eigen plekje in Gaza zou hebben. Maar goed, dat komt vast nog wel. Het gaat nu even over Ibrahim en zijn familie.

Als ik mijn spullen in mijn kamer heb gelegd, loop ik de trap af naar de keuken, waar Ibrahim inmiddels een dampend bord voor me heeft neergezet. Ibrahim gedraagt zich echt als een moederkloek en zorgt er in die hoedanigheid voor dat ik genoeg en gezond eet. (Als je de foto onderaan dit bericht ziet, dan begrijp je pas hoe grappig de kwalificatie 'moederkloek' is.)
Gulzig val ik aan op het zoveelste feestmaal dat ik hier voorgeschoteld krijg - een halve kip, twee met rijst en vlees gevulde aubergines, rijst met een speciale saus, gestoofde groenten en het alomtegenwoordige 'chobbes' - brood.

Terwijl ik geniet van de maaltijd, zit Ibrahim een beetje ineengedoken tegenover me, uien te snijden. (Volgens mij is hij minimaal de halve dag bezig met koken. Voor wie? Eerlijk gezegd heb ik geen idee. De talloze met restjes gevulde bakjes en pannen verdwijnen elke keer weer. Ik begin de oorzaak inmiddels in het spirituele te zoeken. De El-Hawa familie woont al honderden jaren op deze berg, misschien komen de geesten van Ibrahims overleden familieleden 's nachts langs om de koelkast leeg te eten.)

Om de stilte te doorbreken stel ik hem de vraag die hij mij altijd zo joviaal stelt, "What's going on?"
"Niet veel," antwoordt hij, terwijl hij zijn schouders ophaalt. Hij schilt nog een ui en vraagt terloops, "Wat zijn je plannen voor morgen?"
"Ik heb niet echt plannen, wilde een beetje thuiswerken."
"Ok. Het huis van mijn neef wordt morgenochtend vroeg vernietigd. Wil je ook komen?"
"Ehm," even laat ik de woorden bezinken. "Ja, natuurlijk, maar wat is er dan aan de hand?"

Zoals zoveel Palestijnen in Oost-Jeruzalem, waaronder ook Walid, heeft Ibrahims neef zijn huis gebouwd zonder toestemming van de gemeente. Op zich is dit niet onlogisch, want het (Israëlische) gemeentebestuur doet haar uiterste best om het Palestijnen zo moeilijk mogelijk te maken nieuwe huizen, winkels, hotels of andere panden te bouwen. Zoals ik al in een eerder stukje schreef, worden ingediende plannen simpelweg afgekeurd of op de een of andere manier eindeloos vertraagd. Dit is al tragisch op zich, maar voor de Palestijnen extra moeilijk te verkroppen omdat de Joodse kolonisatie van Oost-Jeruzalem tegelijkertijd onverminderd doorgaat. De Arabische inwoners van Jeruzalem worden als het ware steeds verder ingebouwd door de omringende, almaar uitdijende Joodse wijken, terwijl ze zelf niet de kans krijgen om uit te breiden, zelfs als nieuwe gebouwen geen enkele belemmering voor huidige bestemmingsplannen kunnen vormen.

Naast de toenemende inkapseling, verschijnen er ook steeds meer met Israëlische vlaggen versierde Joodse enclaves midden in Arabische buurten. In toenemende mate worden deze panden opgekocht of bezet, als de oorspronkelijke bewoners verplicht danwel vrijwillig zijn vertrokken, door Israëli's die het als een missie zien om zoveel mogelijk van het land tussen de Middellandse Zee en de Jordaan te bezetten. Met een fanatieke wild-west mentaliteit vestigen ze de vooruitgeschoven posten van wat zij als het voortschrijdende Israëlisch front zien.

Het uitbreiden van de Joodse invloed in Oost-Jeruzalem en grote gebieden in de West Bank, noemt men ook wel 'creaping annexation', en 'creating facts on the ground'. Door te blijven bouwen en uitbreiden, probeert men zoveel mogelijk grond voor Israël te annexeren, en de Palestijnen dus te ontzeggen, in de hoop dat deze ontwikkelingen bij vredesonderhandelingen als onomkeerbaar feiten worden beschouwd en dus niet tot een toekomstige Palestijnse staat kunnen gaan behoren.

Die 'sluipende annexatie' is echter lang niet zo subtiel als de naam suggereert. Ook hier op de Olijfberg zijn verscheidene huizen van Arabische mensen opgekocht door Joodse Israëliërs. Toen ik de eerste keer de berg opliep, zag ik tot mijn verbazing een enorme wapperende Israëlische vlag (zeker drie meter hoog). Erg vreemd in Palestijns Oost-Jeruzalem en eerlijk gezegd nogal provocerend.
Toen ik een kijkje ging nemen, kwam ik er achter dat de Joodse bewoners er een soort fort van hadden gemaakt, permanent bewaakt door vier beveiligingsmensen. Waarom deze mensen ervoor kozen een huis te kopen in een vijandige omgeving en dan ook nog provocerend een vlag in de voortuin planten, zodat ze constant bewaakt moeten worden? Alleen maar om een stukje extra land te bevechten? Het gaat mijn inlevingsvermogen te boven.

Het zijn over het algemeen zeer fanatieke religieuze families, die menen dat Israël alleen aan Joden toebehoort. Palestijnen horen er niet thuis, als er al zoiets bestaat als "de Palestijnen". Je treft dit soort mensen ook in het centrum van Hebron aan en in krakkemikkige caravans in illegale nederzettingen, verspreid over de hele West Bank. Over het algemeen zwaarbewapend, zijn het fanatiekelingen die net zo open staan voor een wederzijdse vredesdialoog als de meeste bloeddorstige extremistische militant van Islamic Jihad. Niet dus.

Hoewel het voor veel Palestijnen in Jeruzalem een ongewenste, maar noodzakelijke oplossing is, blijft het illegaal bouwen van een huis natuurlijk tegelijkertijd vragen om problemen. In het geval van Ibrahims neef, bleken er plannen te zijn om een weg aan te leggen, precies op de plek waar hij zijn huis enkele jaren geleden gebouwd had. Er werd een bevel uitgevaardigd, waarin Ibrahims neefs werd opgedragen een deel van het huis te slopen, zodat de weg aangelegd kon worden. Opgelucht dat een aanzienlijk deel van zijn huis kon blijven staan, ging hij meteen aan de slag. Dat was een paar weken geleden.
De opluchting was echter van korte duur. Zojuist kreeg hij een telefoontje, "Morgenochtend om zeven uur komen we met bulldozers. Je hele huis moet weg, zorg maar dat het leeg is."

Zullen omstanders nog in staat zijn om de bulldozers tegen te houden? Meestal komen er talloze agenten en soldaten mee om ieder beetje weerstand in te kiem te smoren. Maar misschien dat de aanwezigheid van een aantal buitenlanders verschil kan maken. Hoe dan ook, ik zal verslag doen van de gebeurtenissen.

Voor de liefhebbers, een foto van Ibrahim (r), samen met rabbijn Froman (l). Beiden zijn lid van een groep die zich de Jerusalem Peacemakers noemt. Het zijn stuk voor stuk bijzondere, inspirerende mensen.

Froman and Ibrahim

2-2-09

Een coffeeshop in Ramallah

Terwijl achter me de taxi wegrijdt, bekijk ik de coffeeshop voor me. Gemaakt van de witte steensoort waaruit praktisch alles hier is opgetrokken, zorgen de strakke lijnen ervoor dat het gebouw ambitie en zelfvertrouwen uitstraalt. Veel glas en een gelikt uitziend logo - Zamn (c) - maken het compleet. Het pand kan niet ouder dan een jaar zijn.

Ik duw de glazen deur open en een jazzy, maar toch onmiskenbaar Arabisch deuntje komt me tegemoet. Achter een strakke, natuurstenen counter staan vier jongeren afwachtend naar me te kijken. Drie jongens, één meisje. Iets in hun blik geeft me het gevoel dat ik niet zomaar aan een tafeltje kan gaan zitten. Aarzelend loop ik naar een touchscreen met bijbehorend computersysteem, waarvan ik vermoed dat het de kassa is. Geen van de vier komt in beweging. Als ik een menukaart pak en toch naar een tafeltje wil lopen, spreekt het meisje me aan. “Do you know the system?” Als ik ontkennend antwoord, maakt ze me duidelijk dat ik eerst moet bestellen en dan pas plaats kan nemen. Na een korte blik op de kaart bestel ik een espresso. Ik moet zeven shekel betalen, omgerekend zo'n 1,40, wat voor de regio redelijk aan de prijs is.
Nadat ik heb afgerekend, gebaart het meisje dat ik een plek kan uitkiezen. Ik neem plaats aan een tafeltje aan het raam, hoewel er buiten weinig te zien is. Het is somber, mistig weer en de supermarkt aan de overkant ziet er vervallen uit.

Ik laat mijn blik over het interieur gaan. De muren zijn in twee kleuren geschilderd, van de grond tot ongeveer anderhalve meter hoog bordeauxrood, en verder tot aan het plafond een fletse kleur geel die me aan custard doet denken. Op enkele strategische plekken is het logo aangebracht, geel op rood. Er hangt geen kunst aan de muur, misschien om de kleurstelling en strakheid van het interieur intact te houden, maar boven mijn tafeltje hangt wel een flatscreen TV met een diameter van minimaal een meter. De TV staat niet aan.

Op mijn tafeltje staat een glanzend bordje, aan beide kanten bedrukt, waarop twee nieuwe specialiteiten worden aangeprezen. Aan de ene kant staat een “East West Salad”, met onder andere spinazie, cherrytomaatjes, kiwi, komkommer en avocado. De andere zijde probeert de klant te verleiden om een “Creamy Chicken Penne” te bestellen. Het vroege tijdstip weerhoudt me ervan, maar aan de smakelijk uitziende gerechten op de foto's zal het zeker niet liggen. Verder staan er op tafel een rechthoekige glazen vaas met witte bloemen, een roestvrijstalen peper-en-zout-stel, en een plexiglas bakje met drie soorten suiker: wit, rietsuiker, en zoetstof.

Aan een tafeltje naast me zitten twee mannen van halverwege de vijftig, goed gekapt en "casual friday" gekleed. Allebei dragen ze een v-hals trui over een button-down overhemd. Ze bekleden ongetwijfeld een hoge positie in een bedrijf of organisatie, een ontspannenheid uitstralend die op een subtiele manier intimiderend overkomt. De een slaat een dubbele espresso achterover en de ander drinkt een café Americano, terwijl ze op zachte toon een gesprek voeren. Uiteraard over politiek.
Hoewel ze het ogenschijnlijk niet eens zijn geworden, staan de mannen op om weg te gaan. Nog geen minuut nadat ze zijn vertrokken komt een van de medewerkers met een doekje en een fles Ajax om schoon te maken. Zowel de tafel als de stoelen worden grondig gepoetst. Als ik om me heen kijk, valt het me op dat de hele zaak volledig spic en span is. Het lijkt alsof geen van de lege tafeltjes die dag is gebruikt, er ligt geen propje op de grond en alles van metaal of glas blinkt je tegemoet.

Aan mijn linkerkant zit een gezin - vader, moeder, drie dochters - van een laat ontbijt of vroege lunch te genieten. Of zouden ze hier soms ook aan brunchen doen? Ik zie een Italiaans broodje met kip en salade, een broodje beefburger met tomatensalsa, een goedgevulde maaltijdsalade, een tosti met iets dat op kaas lijkt, en een groot bord met daarop een stapel gesuikerde wafels met slagroom en gesmolten Nutella. De oudste dochter houdt tijdens het eten haar grote Sony koptelefoon op. Haar iPod ligt in een hippe, roze gekleurde sok op tafel.

Met nog een paar minuten te gaan voordat mijn interview moet beginnen, richt ik mijn aandacht op de spullen die voor me op tafel liggen. Terwijl ik mijn pen pak en een aantal vragen en aandachtspunten in mijn notitieboekje schrijf, komt een van de drie jongens mijn bestelling brengen. Na vier weken smerige instantkoffie (caffeïnevrije Nescafe) gedronken te hebben, heb ik me op dit moment verheugd. Verwachtingsvol kijk ik naar het kopje dat op mijn tafel is gezet. Voor zover ik dat als liefhebbende amateur kan inschatten, lijkt het een perfect gezette espresso. Naast het kopje ligt, netjes uitgelijnd, een lepeltje met daarop een rond koekje, dat een subtiele anijssmaak blijkt te hebben. Gretig pak ik het kopje bij het oortje - dat, precies zoals het hoort, onmogelijk klein is - en met mijn ogen dicht drink ik de espresso in één slok op. Heerlijk.

Terwijl ik het kopje weer terug op het schoteltje zet, bedenk ik me dat ik er wel een glas water bij had gewild. Of eigenlijk had ik het er zelfs bij verwacht. Maar voordat ik om het water kan vragen komt mijn afspraak, Dr. Sufian Abu Zaida, binnen. Stipt vijf minuten te laat. Nadat hij een Café Americano besteld heeft - hij mag dus wel gaan zitten alvorens te bestellen - en ik mijn recorder aan heb gezet, kan het interview beginnen...

27-1-09

Afwachten

"In het Midden-Oosten bestaat het leven alleen maar uit afwachten," verzucht Walid. Hij lacht erbij en haalt gelaten zijn schouders op. Hij is die morgen met zijn vrouw Iman naar het Israëlische Ministerie van Binnenlandse Zaken geweest om haar tijdelijke verblijfsvergunning te verlengen. Zonder succes.
Walid komt uit Jeruzalem en heeft ook een Israëlisch reisdocument, waarmee hij in Jeruzalem mag verblijven. Iman heeft echter een verblijfsdocument van de West Bank en mag officieel dus niet in Jeruzalem wonen, maar door het aanvragen van tijdelijke verblijfsdocumenten is het toch mogelijk. Echter, toen ze vanmorgen na een aanzienlijke wachttijd bij het Ministerie mochten langskomen om de aanvraag te vernieuwen, kregen ze te horen dat het beleid was veranderd. Ze moesten nu alle bewijzen van Iman's verblijf in Jeruzalem afgeven (rekeningen, contracten, documenten van de kinderen, etc.), waarna het Ministerie de zaak zou onderzoeken en uiteindelijk een advies zou uitbrengen. Zoals gebruikelijk moet dit advies bij de Palesijnse Autoriteit (PA) in Ramallah ingediend worden om de aanvraag van de verblijfsvergunning te coördineren, maar doordat er nu ineens een extra onderzoek gedaan moet worden, zal er dus nog wel een tijdje "afwachten" overheen gaan.
Omdat Iman's huidige vergunning op 27 februari afloopt en de aanvraag via de PA normaal gesproken al een maand duurt, gaat het in ieder geval problemen opleveren. Zeker nu het Ministerie naar buiten heeft gebracht dat iedereen die ook maar één dag zonder geldige papieren in Jeruzalem verblijft, geen nieuwe vergunning meer krijgt. Het is nu dus afwachten tot het onderzoek afgerond wordt, om het advies vervolgens snel door te sturen naar de PA. En daarnaast hopen dat het Ministerie het strikte beleid niet zal toepassen op mensen bij wie het vernieuwen van de papieren is vertraagd door bureaucratisch gedoe.

Een tweede probleem waar Walid en Iman (en hun kinderen) mee te maken hebben, is de geplande sloop van hun huis. Omdat de afdeling stadsplanning van Jeruzalem praktisch niks uitvoert ten behoeve van Oost-Jeruzalem, duurt het maanden en vaak zelfs jaren voordat het definitieve oordeel over ingediende bouwplannen bekend wordt gemaakt. Het plan dat Walid en zijn buren jaren geleden hadden ingediend voor het bouwen van een aantal huizen aan de noord-oost kant van Jeruzalem is ook heel lang blijven liggen. Dus toen bekend werd dat het in principe was goedgekeurd, gingen de architect en het bouwbedrijf direct aan de slag. Enkele maanden later, na de oplevering, bleek echter dat er nog wat onduidelijkheden waren en er toch geen goedkeuring afgegeven zou worden. Met andere woorden, de huizen waren vanaf dat moment illegaal en moesten dus weer gesloopt worden.

Wanhopig schakelde Walid een advocaat in die het gelukkig voor elkaar kreeg dat de slooporder uitgesteld werd. Dit omdat er fouten waren gemaakt door de gemeente, en ook door de architect, maar zeker niet door Walid of zijn familie. Nadat het proces van protest aantekenen en het uitstellen van de slooporder een aantal keren was herhaald, moest Walid afgelopen zondag wederom naar de rechtbank om ervoor te zorgen dat het probleem opgelost danwel uitgesteld zou worden. In plaats van de slooporder te vernietigen, heeft de rechter het bouwplan nu weer naar de gemeente teruggestuurd, naar een hogere afdeling, in de hoop dat het nu samen met enkele andere bouwplannen in de buurt alsnog wordt goedgekeurd. Hoewel hun huis voorlopig niet wordt gesloopt, is er wederom geen duidelijkheid voor Walid en Iman. Afwachten dus...

Op een heel ander niveau begin ik nu te snappen waar de vermoeide gelatenheid van Walid vandaan komt. Nadat me gisteren werd verteld dat mijn aanvraag voor een 'Gaza-permit' was kwijtgeraakt, kreeg ik vandaag, na het formulier opnieuw ingestuurd te hebben, iets heel anders te horen. "Het is heel vervelend dat het nu al een maand duurt, maar ik heb toch nog geen nieuws voor je." Of ik het later in de week nog eens wilde proberen. Ach, ik wacht nog wel even hoor...

Via via heb ik nu echter een Israëlische gevonden die druk kan uitoefenen op de autoriteiten en daardoor hopelijk het besluitvormingsproces in gunstige zin kan beïnvloeden. Ze kent de baas van de afdeling "Toegang Internationale Organisaties tot de Bezette Gebieden" persoonlijk en heeft mijn aanvraag nu direct bij hem ingediend. De verbindingsofficieren waar ik zelf contact mee had, zijn nu dus gepasseerd.
Hopelijk komt er nu snel een doorbraak. Maar ja, dat blijft, geheel volgens de Midden-Oosten traditie, afwachten...

19-1-09

Aan de slag

De signalen begonnen vorige week steeds sterker in de goede richting te wijzen, maar toch veroorzaakte de snelheid en doortastendheid waarmee Israël unilateraal een staakt-het-vuren afkondigde een lichte schok. De mededeling van Hamas dat zij zich er niks van aan zouden trekken, zorgde er echter meteen weer voor dat een gevoel van gelatenheid zich meester van me maakte. Maar toen Hamas een dag later alsnog ook een unilaterale wapenstilstand afkondigde, begon ik er zowaar in te geloven dat er echt veranderingen aan zaten te komen.

Vanmorgen, na een telefoontje met Ali in Gaza, kreeg het positivisme pas eindelijk een beetje de overhand. Hij vertelde me dat het een rustige nacht was geweest, stiller nog dan die daarvoor, en hij had zowaar weer in zijn eigen slaapkamer geslapen. Toen ik hem vroeg of hij al beweging zag komen in de Israëlische linies, zei hij dat ze zelfs al helemaal weg waren. Het leger heeft zich inmiddels teruggetrokken tot de grensgebieden, zo'n 200 a 300 meter van de grens met Israël. Ali verwachtte dat als het rustig zou blijven, het grootste deel van de troepen de komende drie dagen compleet uit Gaza wordt teruggetrokken, in lijn met wat premier Olmert beloofd heeft.

Het stelt de Gazanen in staat om weer op te krabbelen en de schade op te nemen. Ik stelde me zo voor dat mensen langzaam, nog lichtelijk verdoofd, verbaasd en knipperend met de ogen uit hun huizen tevoorschijn zouden komen, maar Ali vertelde me dat het inmiddels een drukte van jewelste is. Het lijkt alsof iedereen tegelijkertijd in de auto is gestapt om zo veel mogelijk inkopen te doen en cash geld te halen. Alles wat thuis op was en in winkels of markten verkrijgbaar is, wordt ingeslagen. Daarnaast, schrijft Ali in een later mailtje, zijn de mensen ook naar buiten gegaan om van de "vrijheid" te genieten, zonder zich zorgen te hoeven maken over bommen en kogels.

Een groot aantal mensen heeft echter hele andere prioriteiten. In de chaos van de aanvallen zijn veel mensen het contact met familie en vrienden kwijt geraakt. Wanhopig wordt er tussen de puinhopen van kapotgeschoten huizen en gebouwen gezocht, niet zo zeer op zoek naar een teken van leven, maar in ieder geval naar zekerheid over het lot van hun naasten. Inmiddels zijn er al meer dan honderd lichamen onder het puin vandaan gehaald en het is zeker dat er nog veel meer gevonden gaan worden.
Daarnaast verblijven tienduizenden mensen nog steeds in UNRWA scholen, die tijdelijk dienst doen als opvangcentra. Duizenden huizen zijn compleet vernietigd. In wijken waar de schaal van vernietiging het ergst is, kunnen sommigen niet eens meer de plek vinden waar ooit hun huis heeft gestaan. Er zijn simpelweg geen herkenbare oriëntatiepunten meer over.

Het geeft het gevoel van opluchting over de provisorische wapenstilstand een wrange bijsmaak, maar zorgt tegelijkertijd voor de benodigde relativering. Stelde ik in mijn vorige bericht de vraag "hoe lang nog?", nu, in deze periode van voorzichtige hoop, blijft die vraag actueel. Hoe lang zal deze relatieve en gespannen kalmte aanhouden? Zal de tijdelijke wapenstilstand zich ontwikkelen tot een meer duurzame? Hoe lang nog voordat de grenzen weer opengaan? Maar ook, welke gevolgen heeft het Israëlische offensief op lange termijn voor de Palestijns-Israëlische verhoudingen? Of voor de verhoudingen tussen Israël en de rest van de wereld? Een andere belangrijke vraag is dan ook, "hoe nu verder?" 

De mensen in Gaza kunnen niet zomaar hun leven weer op orde krijgen. Daar is een hoop assistentie bij nodig, in de vorm van geld en misschien mankracht, maar met name ook veel materiële hulp. Er moeten dus op zeer korte termijn diplomatieke doorbraken geforceerd worden om te zorgen dat Israël de grenzen weer opent. Momenteel is er in Gaza aan alles een tekort. Niet alleen aan voedsel, maar met name ook aan bouwmaterialen om de schade aan huizen en gebouwen te herstellen. Of om ze compleet opnieuw op te bouwen zodra de puinhopen verwijderd zijn. Zoals bijvoorbeeld, een snack-, etenswaren-, en ijsfabriek die compleet met de grond gelijk gemaakt is.
Het zal in ieder geval nog maanden, en in sommige gevallen jaren, duren voordat de schade die in drie weken is veroorzaakt, hersteld is.

Aan het einde van het telefoongesprek maakt Ali onbewust een tot nadenken stemmende opmerking. Ik vraag me af of hij zelf besefte wat zijn woorden betekenden, maar op mij maakten ze in ieder geval indruk. "OK, I talk to you later, I'm going to my office now."
Het is maar een simpele opmerking, maar niet alleen geeft het aan dat er weer moet worden nagedacht over het "normale leven", het is ook een duidelijke boodschap. "Back to work! Aan de slag, want er moet nog een hoop gebeuren voor het leven in Gaza weer op orde is."

13-1-09

Change?

Vandaag is het zeventien dagen geleden dat Operatie "Cast Lead" - het Israëlische offensief tegen Hamas in de Gazastrook - is begonnen. Uit het Israëlische kamp klinken voorzichtige stemmen dat de belangrijkste militaire doelen inmiddels zijn bereikt. Aan de andere kant hebben Hamasleiders te kennen gegeven open te staan voor een staakt het vuren. De belangrijkste vraag is nu, zeker voor alle mensen in Gaza, hoelang gaat het geweld nog voortduren?

Toen ik vanmorgen in de krant las dat de afgelopen nacht volgens de Gazanen de ergste sinds het begin van het offensief was, dacht ik, dit klinkt als een laatste slag. Een genadeklap, voor het einde ingeluid wordt. Of die gedachte klopt moet nog blijken, maar het lijkt er op dat er de komende dagen belangrijke ontwikkelingen gaan komen.

Mijn vermoeden wordt onderschreven door Ali, mijn contactpersoon in Gaza. Ook volgens hem was het vannacht verreweg de ergste nacht. De tanklinie is inmiddels opgerukt tot ongeveer 150 meter van zijn huis en gedurende de hele nacht heeft de familie angstig bij elkaar gezeten, terwijl Apache helikopters, F-16's, tanks, drones (onbemande, op afstand bestuurde vliegtuigjes) en oorlogsschepen de bommen en artilleriegranaten op Gaza neer laten regenen. Letterlijk "Raining Death", zoals de Egyptische krant Al-Ahram vanmorgen groot kopte. Maar er hangt ook verandering in de lucht. "Ik probeer positief te blijven," vertelt Ali, "dus ik ga ervan uit dat dit het ergste is geweest en dat het vanaf nu alleen maar minder gaat worden." Ik hoop dat hij gelijk krijgt. 

Ondanks het voorzichtige positivisme, wordt de leefsituatie voor Ali en zijn familie (waaronder zijn kleinkind van 1 maand oud) steeds nijpender. Er wordt weliswaar noodhulp verstrekt aan de meest behoeftigen, maar dit is niet voldoende. Zoals Ali het zelf grappend formuleert, "het zijn de miljonairs in Gaza die hulp nodig hebben!" Dat vereist misschien enige uitleg.

Verreweg het grootste deel van de noodhulp voor Gaza wordt getransporteerd en gedistribueerd door de UNRWA (United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East). Hoewel deze organisatie ongelofelijk goed werk verricht, valt er een belangrijke kanttekening te maken. De hulp is namelijk alleen bestemd voor Palestijnen die bij de UNRWA als vluchteling geregistreerd zijn.
Deze groep bestaat uit mensen die door de oorlog van 1948, het jaar waarin de staat Israël werd opgericht, gedwongen waren huis en haard te verlaten. Hun afstammelingen kunnen zich ook registeren, dus zolang er geen mensen terug mogen migreren naar Israël, zal deze groep alleen maar toenemen. Ging het aanvankelijk om enkele honderdduizenden vluchtelingen, nu zijn er 4,6 miljoen mensen bij de UNRWA geregistreerd, verspreid over Gaza, de West Bank, en de kampen* in Libanon, Syrië en Jordanië.

In Gaza is 2/3 van de bevolking vluchteling, zo'n miljoen mensen. Dat betekent dat bijna vijfhonderdduizend mensen niet in aanmerking komen voor UNRWA noodhulp. Het wordt helemaal een probleem als een aanzienlijk deel van de overige hulp en nog aanwezige voorraden wordt geconfisqueerd door Hamas, om te eindigen op de zwarte markt en in de handen van regeringsleden. Er blijft dus weinig over. Zoals Ali het zegt, "ook al heb je een miljoen dollar, als er geen brood is, dan kan je het ook niet kopen!"

De familie van Ali is redelijk welvarend, maar geld is in deze vreselijke tijd dus ook niet alles. Wel was Ali zelf zo gelukkig om tijdens de aanloop naar de aanval een voorraad aan te leggen, zodat de familie nu zelf brood kan bakken en zo nu en dan wat rijst kan eten. Voorlopig houden ze het nog vol, maar Ali schat in dat ze nog tien dagen te gaan hebben voor de voorraad op is. De vraag blijft dus, hoelang nog? Ali denkt dat de operatie voor het begin van volgende week beëindigd zal worden. Inderdaad, vlak voordat Barack Obama in het Witte Huis trekt. Is dit wishful thinking, iets dat Obama gewoonweg lijkt op te roepen, of zal zijn aantreden daadwerkelijk invloed uitoefenen? Zal hij ook in deze regio 'change' kunnen brengen? In feite maakt het niet uit wie het doet. Zolang dit extreme geweld maar stopt.

Want dat het zo snel mogelijk moet stoppen is duidelijk. Ik ben ervan overtuigd dat de grootschalige aanval op Gaza een grove en kostbare vergissing is. Niet alleen vallen er talloze onschuldige burgerdoden, waaronder honderden vrouwen en kinderen, maar het geweld waaraan de jonge bevolking van Gaza nu wordt blootgesteld, belooft weinig goeds voor een dialoog en 'vreedzaam naast elkaar samenleven' in de toekomst.
Hiermee wil ik allerminst zeggen dat de militanten van Hamas niet ook een belangrijk aandeel hebben in de geweldsspiraal. Ook in Ashdod, Ashkelon en andere Israëlische dorpen en steden rondom de Gazastrook, groeien kinderen op in angst. Bovendien draagt Hamas bij aan het enorme aantal burgerdoden door huizen en openbare gebouwen als uitvalsbasis te gebruiken.

Maar het Israëlische leger blijft in mijn ogen zonder twijfel de hoofdschuldige aan dit geweld. Wekte het leger aanvankelijk de illusie slechts achter de militanten aan te zitten om de bevolking in het zuiden van Israël te beschermen, in werkelijkheid wordt duidelijk dat de motieven veel grimmiger zijn en dat alles en iedereen, zonder onderscheid, een doelwit is. Sinds enkele dagen is het leger ook bezig om leegstaande huizen, achtergelaten door mensen op de vlucht, compleet met de grond gelijk te maken. In het gebied waar Ali woont zijn er al minimaal veertig woningen vernietigd.

Laten we dus hopen dat er snel een staakt-het-vuren komt en dat de mensen in Gaza de kans krijgen om hun leven weer op orde te krijgen, niet gehinderd door vijandelijk vuur en ook niet door blokkades. Vervolgens moeten we afwachten om te zien of de schade aan de fysieke en emotionele gesteldheid van alle betrokkenen - Palestijns, Israëlisch of anderszins - herstelbaar is.



* Hoewel er consequent wordt gesproken over 'kampen', gaat het in feite om complete dorpen en steden, met huizen van steen en beton. Je zou het getto's kunnen noemen, maar ze zijn in ieder geval niet te vergelijken met de tentenkampen in bijvoorbeeld Darfur of Congo.
De leefomstandigheden in de Palestijnse kampen zijn erg slecht, maar er dient wel opgemerkt te worden dat een deel van de slechte omstandigheden een 'politiek' doel dienen. Om de dramatische situatie van de Palestijnse vluchtelingen te onderstrepen en 'zichtbaar' te houden, is het van belang dat de kampen er vervallen uit blijven zien. Bovendien blijven sommige bewoners ondanks een goed inkomen en dito baan in de kampen wonen, terwijl ze zich een mooier huis kunnen veroorloven. Sterker nog, tegenover Dheisheh (een groot vluchtelingenkamp bij Bethlehem) zag ik een wijk met mooie, nieuwe huizen, deels gebouwd door mensen die tegelijkertijd in het kamp wonen en daar als vluchteling geregistreerd staan. Bizar? Jazeker. Maar in zekere zin ook begrijpelijk, want een belangrijke motivatie om als vluchteling geregistreerd te blijven staan, is de goede ondersteuning door de UNRWA in de vorm van gratis onderwijs, medische hulp en voedsel. Soms heeft het blijkbaar bepaalde voordelen om een 'vluchteling' te zijn.

9-1-09

Neem je helm mee

Vandaag is het vrijdag, normaal gesproken een rustige dag in Oost Jeruzalem omdat de moslims vrij zijn. Ik kan dus ook niet bij Walid werken want zijn kantoor is gesloten. Bovendien is er weinig kans dat ik andere mensen kan bereiken. Overigens vind ik het ook niet netjes om mensen op hun vrije dag te bellen, dus het lijkt me een goed idee om zelf ook een beetje rustig aan doen - wat rapporten doorlezen en een beetje door de stad wandelen. Nou ja, één telefoontje mag wel.

Nadat ik kort gebeld heb met Hussein Al-Sheikh, oud-leider van een militante Fatah groep en een van de hoofdfiguren achter de Al-Aqsa Intifada, maar nu de man van de Palestijnse Autoriteit die samen met het Israëlische leger de humanitaire hulp voor de West Bank en Gaza coördineert, maak ik me op voor een wandeling. Als ik even later op weg ben naar de Oude Stad, waar ik ook even een broodje wil gaan eten, kom ik langs verscheidene tijdelijke politieposten. Overal staan zwaarbewapende militairen en agenten. Tijdens de vijf minuten die ik langs de Oude Stad loop tel ik er zeker al honderd. Alle wegen rondom de oude stad zijn ook afgezet en niet toegankelijk voor auto's en bussen. Er heerst een gespannen sfeer. Als ik verder loop hoor ik een demonstratie. Nieuwsgierig loop ik er heen.

Schuin tegenover de hoge muren van de Oude Stad, waarachter op die plek de Islamitische wijk gelegen is, wordt gedemonstreerd om steun te betuigen aan Hamas en de mensen in Gaza. Ook hoor ik dat er veel woede is omdat de Oude Stad vandaag volledig is afgesloten voor Palestijnen onder de 50. Op een vrijdag, als veel moslims willen bidden in de Al-Aqsa moskee, is dat een zeer ingrijpende maatregel. De reden is een "Dag van Vergelding" die door Hamas is uitgeroepen, als gewelddadige antwoord op de bombardementen op Gaza. Het verklaart meteen de spanning en de alertheid van de ordehandhavers.
De demonstranten zwaaien druk met vlaggen en hoewel ik niet alles versta, hoor ik de woorden Hamas, Israël, Joden, en uiteraard het overbekende "God is groot!" langskomen. Op zoek naar wat mooie plaatjes, begeef ik me tussen de groep en maak wat foto's, net als de aanwezige persfotografen.

Weblog_1 (klik voor vergroting)

Het geroep gaat een tijdje door, terwijl aan de andere kant de groep soldaten en agenten steeds groter wordt. Terwijl het "Allahu Akbar" harder klinkt, sluit de voorste rij agenten de linies. De schilden gaan omhoog, maar er komt nog geen beweging in de groep. Stoïcijns blijft men kijken naar de demonstranten.

Enkele minuten later, alsof iemand een onhoorbaar startschot heeft gegeven, begint het 'spel'. De soldaten schuiven de dranghekken opzij om de jongeren tegemoet te treden en op hetzelfde moment rent de protesterende menigte naar beneden, de straat in.

Weblog_4 (klik voor vergroting)

Schijnbaar uit het niets wordt een grote container de weg op geschoven om de legerjeeps en traangaswagen tegen te houden. Ik blijf staan, samen met enkele verslaggevers, cameramensen en fotografen, terwijl de muur van soldaten en agenten onze kant begint op te komen. Op dat moment bevind ik me dus tussen de linies in.

Plotseling beginnen de jongeren stenen te gooien. Zonder goed te mikken. De stenen vliegen ons om de oren en komen overal om ons heen neer. Op auto's, daken, de straat. Autoalarmen klinken van alle kanten. Om me heen zie ik fotografen helmen tevoorschijn halen en opzetten. Duidelijk beter voorbereid dan ik.
Ik duik achter een cameraman met helm en samen liggen we op de grond tegen een muurtje, terwijl stenen naast ons neerkomen en over ons heen vliegen. Als het iets rustiger lijkt, sta ik op om voorzichtig te kijken. Stom. Met een klap krijg ik een steen tegen me aan. Gelukkig valt het mee, maar ik zal er wel een dikke en blauwe arm aan over houden. De prijs voor mijn nieuwsgierigheid.

Maar goed, nu ik er eenmaal tussen zit, wil ik ook wel zien wat er verder gaat gebeuren. Terwijl de Israëlische linie langzaam opschuift, loop ik langzaam voor ze uit. (Zie dit filmpje: link) De Palestijnse jongeren hebben inmiddels een tweede blokkade opgericht en blijven stenen gooien. Omhoogkijkend naar de stenen en de beide linies in de gaten houdend, ren ik tussen de journalisten door, proberend om een foto te maken. Als de agenten van de andere kanten worden belaagd, besluiten de Israëliërs de demonstratie stevig uit elkaar te slaan. Massaal rennen ze ineens op de Palestijnen af, waardoor die groep uiteenvalt. (zie dit filmpje: link) Een paar minuten later lijkt het alsof er niets gebeurd is. Op de aanwezigheid van 200 man politie en leger na dan.

Later hoor ik dat het op meer plekken in de stad onrustig is geweest. Als ik echter na de demonstratie richting Jaffa Street in West Jeruzalem wandel, lijkt het daar volkomen kalm. Dat heeft vast ook te maken met de Joodse Sabbat die in de namiddag na zonsondergang ingaat, maar het blijft toch een heel contrast met wat ik zojuist gezien heb.

Wat ik geleerd heb vandaag? In het Beloofde Land kan kalmte in een mum van tijd omslaan in chaos, en omgekeerd. Oh ja, en neem altijd een helm mee als je naar een demonstratie gaat.

6-1-09

Welcoming House

Na mijn eerste nacht in het Palm Hostel heb ik een vruchtbare dag bij Walid op kantoor gehad. Ik heb een hele reeks aan interessante contacten vergaard en morgen ga ik er daar een aantal van benaderen om informatie in te winnen. De dag begon trouwens al goed. Ik heb bijna staan gloeien van trots. Na mijn vertrek uit het hostel had ik wel trek in een broodje als ontbijt en ik wist dat er talloze kraampjes met broodjes en andere snacks om de hoek stonden, tegenover de Damascus poort. Nadat ik een kraampje met lekkere, geel gekleurde broodje had gespot, liep ik er op af en de volgende conversatie vond plaats:

"Goeiemorgen"
"Jij ook een goeiemorgen"
"Hoeveel kost één broodje?"
"2,50" (shekels, dus 50 eurocent)
"Goed, één graag"
"Alstublieft," terwijl ik 3 shekel geef.
"Bedankt"
"Fijne dag"
"Dag"

En dat volledig in het Arabisch, zonder haperen! Het is nog weinig, maar wel een goede eerste start voor mijn zelfvertrouwen.

Via Walid heb ik vandaag ook een nieuwe slaapplek kunnen regelen. Het Welcoming House van Ibrahim.
Nadat Ibrahims zoon me heeft opgehaald in het American Colony hotel (waar Tony Blair verblijft), word ik eerst langsgebracht bij Ibrahims eigen huis, waar diverse gezinnen van de familie wonen. Na een blik op drie ronddartelende kleinkinderen, vertelt Ibrahim trots dat hij er 27 heeft. Leuk, maar vermoeiend. Ik begrijp dat Ibrahim een zogenaamde "Jerusalem Peacemaker" is en daarvoor veel werk verricht, maar hoe hij zijn huis, het Welcoming House en zijn 281(!) buitenlandse reizen heeft vergaard blijft onduidelijk. Hij zegt diverse keren in Nederland te zijn geweest en wil binnenkort Balkenende uitnodigen voor een grote, mede door Nederland georganiseerde vredesmanifestatie. Het zal mij benieuwen of JP kan, wil en durft...

Helaas voelt Ibrahim zich niet lekker - hij ligt in bed en zegt ziek te zijn geworden door de beelden uit Gaza - dus ons kennismakingsgesprek is kort. We nemen afscheid, maar ik weet nog snel even indruk te maken op de kinderen door mijn naam - die ze lastig uit te spreken vinden - in het Arabisch op te schrijven.

Vervolgens brengt Ibrahims zoon me via een wirwar aan kleine straatjes naar het Welcoming House. Hij is taxichauffeur - hij rijdt in elk geval in een taxi - en weet de auto op bewonderenswaardige wijze langs andere auto's te sturen. Centimeterwerk.
Het huis is gelegen op een geweldige locatie, bovenop de Olijfberg, en het uitzicht op de Dode Zeevallei is adembenemend. Je schijnt op een heldere dag de Dode Zee en Jordanië te kunnen zien liggen.

Imgp0659
Het steegje dat naar het huis leidt

Het Welcoming House is bedoeld voor buitenlanders, die er tijdelijk kunnen verblijven en daar naar draagkracht een vergoeding voor betalen. Ibrahim zegt een bijdrage aan de ontwikkeling van zijn land te willen leveren door mensen te helpen die geïnteresseerd zijn in zijn land. Het internationale aspect zit in ieder geval wel goed, want naast mij wonen er in ieder geval nog drie anderen waar ik net mee heb kennisgemaakt; twee Joodse jongens uit respectievelijk Guatemala en Mexico, en een voormalige natuurkundeleraar en "Born Again Christian" uit Ivoorkust. Alle drie zijn ze erg devoot en enthousiast over het feit dat ze in contact staan met hun roots, in het religieuze centrum van de wereld: Jeruzalem.
Dat twee van hen in een bijbel aan het lezen zijn als ik aankom zegt genoeg. Als er naar gevraagd wordt, vertel ik na enige aarzeling dat ik niet echt gelovig ben, maar dat wordt me gelukkig vergeven. (Alhoewel daarna een interessante discussie (inclusief bijbelverwijzingen) over de dag des oordeels ontstaat.)

Nu lig ik op bed in mijn eigen slaapkamer, waar het vreselijk koud is. De slaapzak die ik van Eva geleend heb is gemaakt voor een tropisch klimaat, dus de extra deken is geen overbodige luxe.
Goed, ik ga mezelf nu wat proberen op te warmen en hoop snel weer een nieuw bericht te plaatsen. Hopelijk ook met wat meer inhoudelijke informatie over mijn onderzoek.

Imgp0661
En voor de couleur locale nog even een mooi plaatje van Jeruzalem