Rutger

10-1-08

Ik heb niets in de gaten

Het is alweer een maand geleden dat we zijn verhuisd, maar nog steeds is ons appartementje verstoken van internet. Er zijn mensen die menen dat een leven zonder internet geen zin heeft. Deze mensen hebben groot gelijk.

Het is een ramp! Doffe ellende. Sinds een maand is mijn leven een treurig bestaan.

Het gemis is groot. Vanwege de kleine dingen, dat zeker. Hoe laat gaat de trein? Waarover gaat die film? En hoe lang duurt ie? Ik heb geen idee!

Maar het gemis is ook groot omdat ik me totaal geïsoleerd voel. Zonder internet gaat alles langs me heen. Hele publieke debatten worden uitgevochten, communities worden opgebouwd, en ik heb niets in de gaten.

Ik sta voor de deur van de global village maar mag er niet in. En dus luister ik naar de radio, lees de krant en ververs teletekst.

De twintigste eeuw, ik zit er gewoon nog midden in.

18-12-07

Oké, denk niet aan ijsberen

Rambord_2

Steeds weer die diepe zucht. Bloedirritant was het. Het leek wel of hij speciaal zuurstof opspaarde om het er iedere halve minuut met een stevige uithaal allemaal uit te gooien.

Zijn opzichtig zuchten was niet het enige irritante aan de jongen naast mij in het computerhok. Ik begon in ieder geval hoe langer hoe meer vervelende eigenschappen te ontdekken. Uiteindelijk was er maar een slotsom mogelijk: op de stoel naast mij waren alle ergerniswekkende neurotische trekjes verenigd in een lichaam.

Een paar keer stond ik op het punt hem toe te spreken. Dat de toetsen van het toetsenbord niet voor niets zo heetten. Anders had de fabrikant het wel een beukbord genoemd. En of het noodzakelijk was zo fanatiek te lurken aan dat flesje water.

Natuurlijk zei ik niets. Ik luisterde toe hoe hij zorgvuldig zijn vingers liet knakken, en hoe hij als een maniakale over het scherm scrolde. In mijn ooghoeken zag ik hoe hij voortdurend heen en weer stuiterde op zijn stoel. Dan weer plakte hij zijn neus tegen het scherm, dan weer veerde hij achterover.

De crux bij zulke ergernissen is dat je je wilt afsluiten van hun oorzaak, terwijl die intentie juist leidt tot een complete focus op de ergernis.

Ik las onlangs over een onderzoek naar de werking van gedachten. Proefpersonen mochten bijvoorbeeld niet aan ijsberen denken. Nou ja, probeer dat zelf eens, je denkt aan niets anders meer.

In de zomer heb ik het ook altijd. Het is heet, de ramen staan wijd open en buiten keuvelen twee mensen. Niet naar luisteren, sus je jezelf, rustig gaan slapen. Maar slapen is vanaf dan een utopie.

Enfin, ik bracht gister dus een middag door naast een woest scrollende, heftig zuchtende, luid lurkende en verwoed verende medestudent. Dat had ik nog niet eerder gedaan.

25-11-07

Een debat op de wc

The Shining van Stanley Kubrick, dat is nog eens een mooie film. Spannend, eng, zenuwslopend en geniaal gefilmd. Hoe Danny door de camera wordt gevolgd als hij op zijn driewieler het Overlook Hotel verkent. Hoe liters en liters bloed door de liftdeuren de hotellobby instromen.

En natuurlijk hoe de volledig doorgeslagen Jack Nicholson zich een weg door de badkamerdeur werkt. Here's Johnny!

The Shining is van 1980. Dat is alweer een tijd geleden. De Koude Oorlog woedde hevig, Michael Jackson was nog zwart en ik moest nog geboren worden.

Toch is The Shining springlevend, merkte ik onlangs tijdens een kort verblijf op een VU-toilet. Daar had iemand op de muur het woord ‘redrum’ geschreven.

Het voert wat ver om het allemaal uit te leggen, maar Danny, het zoontje van Jack Nicholson’s personage, heeft in The Shining een imaginair vriendje, en die laat hem constant ‘redrum’ zeggen. Steeds weer, met een vreemdsoortig krakende stem. Redrum.

Later in de film schrijft Danny het op. En hij blijft het kraken. Redrum. Redrum.

Je snapt er als kijker niks van, totdat je door de ogen van Danny's moeder, die zichzelf dan ook al aardig verloren is, redrum in spiegelbeeld ziet staan. Murder.

Paniek!

‘Redrum’ is een prachtig filmcitaat. Niet zo afgezaagd als ‘I’ll be back’, niet zo cliché als ‘Run Forrest, run!’, ongeveer zo bekend als ‘Is it safe?’ Het was daarom mooi te zien dat iemand op het toilet onder ‘redrum’ een woord had geschreven dat de kern van een andere iconische film verwoordt. ‘Rosebud’.

Dat is geniaal gecounterd. ‘Redrum’ is het belangrijkste woord uit The Shining, ‘rosebud’ is zo mogelijk nog belangrijker voor Citizen Kane. Hoe twee woorden op de muur van een wc een diepgravende discussie over cinema kunnen verwoorden.

Schrijven op toiletmuren mag niet, dat begrijp ik ook. Maar als het altijd op dit niveau gebeurt, dan heb ik er geen problemen mee.

17-11-07

Een staccato sniffen en snuiten

Het zat er al een tijdje aan te komen, het bouwde zich op, vertoonde zich steeds vaker aan de oppervlakte, eerst sniffend maar steeds vaker brutaal niezend, tot het moment afgelopen week dat er geen ontkomen meer aan was: iedereen verkouden.

Je merkt het vooral in de computerzalen, waar het zo stil hoort te zijn, en de laatste tijd ook is. Het geluid van een verkouden student steekt schril af bij het gewoonlijke geruis van pc’s, geroffel van toetsenborden en gerol van bureaustoelen.

Je zou aan het geluid van een verkouden universiteit kunnen wennen als het een sonoor of anderszins gelijkmatig geluid was. Maar een verkoudheid is niet sonoor of anderszins gelijkmatig. Een verkoudheid uit zich in een staccato sniffen en snuiten. Daar wen je niet aan.

Je hebt ze trouwens in verschillende soorten, verkouden studenten. Zo heb je de enigszins beschaamde sniffer, die besmuikt zijn neus ophaalt als een straaltje verkoudheid zich stiekem een weg naar beneden zoekt.

Je hebt ook de schaamteloze ophaler, die de gele gevolgen van verkoudheid fanatiek en nietsontziend terug naar boven dirigeert.

Deze tweede soort maakt nogal veel lawaai, maar de boel zit wel in een keer goed hoog, waardoor de hele computerzaal er weer een tijdje vanaf is. Daarom heb ik die nog het liefst.

25-10-07

Ervaar het eens, de VU in sepia

Overdag is de VU een mierenhoop. Al die studenten die door elkaar heen krioelen. Van een afstandje lijkt het één groot organisme. Maar kom je dichterbij, dan zie je dat de hoop wordt bevolkt door talloze individuen die allemaal hun eigen gang gaan.

En er zijn meer mierenparallellen. Zo heb je bij mieren werksters, net als op de VU. Met gezwinde pas benen ze door de hal. En bij mieren heb je mannetjes. Hun enige doel is zorgen voor voortplanting, daarna sterven ze. Daarvan zie je er ook veel op de VU. Zich voortplanten kunnen ze als de beste, zo stralen ze uit, maar aan de hoop dragen ze weinig bij.

Een verschil met de VU-populatie is de koningin. Mieren hebben er maar één, terwijl aan de Boelelaan tientallen heen en weer paraderen. Ver verheven boven het geploeter laten ze zich bewonderen door de kolonie.

Het krioelen zorgt ervoor dat de VU constant zoemt en gonst. Dat begint ’s ochtends rond half negen, als de dagelijkse stroom op gang komt, en gaat door tot het einde van de middag, als iedereen vertrekt richting huis en haard, waar piepers dienen gejast en afwas wacht.

Op zich is het niet gek, dat iedereen weer naar huis wil. Lekker met de beentjes omhoog luisteren naar het gekwebbel van Albert en Daphne, dat ís ook ontspannend. Maar je mist wel wat, want juist als de avond valt is de VU op haar mooist.

Het is een soort magie die loskomt. Een mengeling van nostalgie en levenslust. Alles lijkt iets trager te gaan en de VU, mierenhoop voor studeren en onderzoeken, krijgt een weemoedige glans. Het is de wereld in sepia. Pure romantiek.

Daarom bij deze de tip: ervaar het eens. Blijf eens even hangen tot de straatstenen buiten glinsteren in de regen. Wachten op VU-donker is de moeite waard. En vanaf volgende week laat de magische schemering nooit lang op zich wachten. Wintertijd, je weet toch.

12-10-07

Rampetampen met robots

Sorayama_bot_21

Je hebt van dat nieuws dat onmiddellijk je aandacht trekt. Een Amerikaanse wetenschapper die in Maastricht promoveert met een wel heel opvallend onderzoek bijvoorbeeld. Volgens David Levy zoeken we in de toekomst voor seks onze toevlucht massaal in robots. Kijk, dat bedoel ik.

Door voortschrijdende technologische ontwikkelingen kunnen mensen verliefd worden op robots, maar ze ook programmeren tot seksslaven, meent Levy, nu hij de stand van zaken in verschillende vakgebieden op een rij heeft gezet. Hij keek naar kunstmatige intelligentie, robotica, psychologie, seksuologie en sociologie.

Ik dacht dat dergelijke verregaande kijkjes in de toekomst alweer een decennia of vier uit de mode waren. Het doet mij allemaal in ieder geval denken aan The Jetsons, die futuristische spin-off van The Flinstones.

Levy is er dus van overtuigd dat seks met machines normaal wordt, tussen nu en veertig jaar. Wij gaan het dus ook gewoon meemaken, dat gerampetamp met robots. Ik vind het allemaal nogal wat.

De onderzoeker is overigens niet de eerste de beste. David Levy kan heel goed schaken, is zelfs grootmeester. Wat hij ook goed kan is door een kijker naar het heelal turen. Meer dan twintig kometen staan op zijn naam. Zijn motto luidt: Comets are like cats, they have tails, and they do precisely what they want.

Hoe groot die prestaties ook zijn (ik, bijvoorbeeld, heb nog nooit een komeet ontdekt. Wel heb ik eens een potje schaken gewonnen van mijn zusje, maar die snapte het spel niet en dacht vooraf dat ze ging dammen), Levy zal er vermoedelijk niet om worden herinnerd, nu hij in Maastricht is gepromoveerd. Op robotseks.

Maar bekijk het eens vanuit de Maastrichtse point of view: Levy’s conclusies zorgen voor allemaal gratis publiciteit. Ik bedoel: was dit ook niet een buitenkansje voor de VU geweest? De VU staat toch een beetje te boek als het braafste jongetje uit de klas.

Daarom was het toch een mooie stunt geweest, wanneer de VU Levy onderdak had geboden, terwijl tezelfdertijd het VU-kabinet een nieuwe preutsheid in de steigers zet en minister Plasterk oproept tot ontlustobjectivering en depornoficatie van de maatschappij. Ja toch?

.

De afbeelding is van de Japanse illustrator Hajime Sorayama.

9-10-07

Kiezen: steeds een kouder kunstje

Nol_14

Dus je zit in de eindexamenklas. Laten we zeggen dat je in Denekamp woont. Nog een paar maanden blokken, ploeteren en zwoegen en dan is de buit binnen. Kun je het Twents Carmel College in Oldenzaal gedag zeggen.

De diploma-uitreiking – ongetwijfeld in de aula – voelt straks als een eindpunt, maar het is een begin: je gaat studeren. Niet gaan studeren kan ook, maar eigenlijk alleen in theorie. Niet studeren is namelijk ontzettend 19de eeuw.

In die tijd deed je een paar jaar basisschool en ging vervolgens, hup, een leven lang turfsteken of achter het spinnewiel zitten. Kun je nu niet meer mee aankomen. Kenniseconomie, persoonlijke groei en globalisering. Zo is het turfsteken lang geleden al geoutsourced naar Guatamala. Daarom: je gaat studeren.

En nu komen we bij mijn punt: iedereen gaat je nu vertellen dat je moet bedenken wát je wilt studeren. Alarmbellen! Het is een groot misverstand. De grote vraag is: wáár wil je studeren?

Want laten we wel wezen. Het gaat om het hele pakket. Je leven als student is toevallig wel je studentenleven. Dan kun je lekker inhoudelijk en rationeel kiezen voor die ene studie, maar studeren doe je hoogstens twintig uren in de week. De rest van de tijd spendeer je aan je studentenleven. Uitgaan, sporten, koken voor vrienden, boodschappen doen en de huur te laat betalen.

Je kunt je op zolderkamertje in Denekamp dus maar beter bedenken wáár je dat allemaal wilt beleven. Die studie komt daarna wel.

Wordt kiezen zo al een aanmerkelijk kouder kunstje, een nieuwe website maakt het je helemaal makkelijk. StudyAmsterdam slaat je onverbiddelijk om de oren met de voordelen van studeren in Amsterdam. Eén keer klikken en je bent om. Amsterdam is de bom.

.

De verhalen op StudyAmsterdam staan ook in het speciale Studeren in Amsterdam-magazine dat het Parool zaterdag uitgebracht. De foto hierboven van café Nol stond ook in het magazine, dat is te bemachtigen tijdens voorlichtingsdagen.

1-10-07

Waarheen, waarvoor

Afgelopen weekeinde. Ik was op een verjaardag en iemand in de kring merkte op dat het toch logisch zou zijn, wanneer de aarde niet de enige planeet was met leven erop.

Vorige week. In de stadsbus hadden twee meisjes het over geloven. Niet geloven of wel geloven? En waar dan in geloven? Je kon er op wachten, maar op zeker moment deed één van de meisjes de uitspraak dat ze niet geloofde in God, maar wel in ‘iets’.

Ik kan nog zat andere voorbeelden noemen, maar de boodschap is duidelijk: we zijn zoekende. Ook op de VU, zou je denken. Maar dat is nou het leuke: op de VU zijn we net iets minder zoekende.

Hoe ik dat weet? Nou, vrij simpel, door het boek The Secret van Rhonda Byrne. De uitgever zal ongetwijfeld zeggen dat het een onverbiddelijke bestseller is, en dat is het ook. Maar terwijl in andere boekhandels wekelijks enkele tientallen exemplaren van The Secret over de toonbank vliegen, houdt het op de campus bij een handjevol wel op.

Ik bedoel maar, want The Secret is esoterisch en spiritualistisch. Het gaat over de wet van de aantrekking: denk ergens aan en het komt naar je toe. Hoe dat kan? Nou, omdat we in een energieveld allemaal met elkaar zijn verbonden.

Van The Secret zijn in Nederland meer dan 120.000 exemplaren verkocht, en wereldwijd ruim 6.5 miljoen. Overal en door iedereen wordt blijkbaar gezocht naar de zin van het leven. Alleen niet zozeer aan de VU.

23-9-07

Uitzinnige docenten

Masterdiploma

Een diploma-uitreiking is altijd een vrolijke boel. Student krijgt begeerd papiertje en lacht, opleiding lacht ook, want is blij dat student papiertje krijgt. Maar de diploma-uitreiking waar ik donderdag bij was, was net weer een tikkeltje vrolijker dan normaal. Reden: ook de mensen van de opleiding waren meer dan opgetogen.

Het ging namelijk om de allereerste diploma-uitreiking van de master Journalistiek, die een jaar geleden van start ging.

September 2006 begon niet alleen voor de negen studenten maar ook voor de docenten een spannend collegejaar. Na oneindig vergaderen lag er een doortimmerd programma, maar hoe zou de gloednieuwe master in de praktijk uitpakken?

Cliffhanger!

Nou, goed dus. Vandaar ook de uitzinnige docenten. En vandaar ook het symposium over de journalistiek dat aan de uitreiking vooraf ging. Daarbij draaide het om de vraag: moeten de media nu vooral de democratie bewaken, of moeten ze allereerst de burger activeren om misstanden aan te pakken?

Yvonne Zonderop zag heil in een actieve rol van de krant. Zij zit dan ook achter de Sociale Agenda en de Ruimtelijke Agenda van de Volkskrant, waarbij krantenlezers worden aangespoord om met oplossingen voor maatschappelijke problemen te komen.

Hoofdredacteur Willem Schoonen van Trouw vond dat de krant juist niet met de lezer in debat moet gaan. De krant moet nieuws brengen en duiden, daarbij moet de redactie zich een duidelijk profiel aanmeten, en verder niks.

Irene Costera Meijer, de kersverse bijzonder hoogleraar journalistiek van de VU, debatteerde ook mee en schoot meteen met scherp. Democratie bewaken of burgers activeren zijn helemaal niet de twee keuzes waar de journalistiek voor staat, meende zij. Journalistiek moet in de eerste plaats weer lekker worden gemaakt, want men is het zat, de zeurderige toon en het geheven vingertje.

Zo ging dat, afgelopen donderdag. Daarna was het tijd voor het officiële gedeelte. De examencommissie reikte vier diploma’s uit en presenteerde daarna vol trots worst, kaas, nootjes, bier en wijn. Op de foto krijgt Latifah applaus van medemasters Martijn, Jasper en Juliëtte.

4-9-07

Begonnen

Vroeg op de ochtend maandagochtend in de trein. Een overvolle trein. Uitpuilende balkons, zoals die tussenstukjes heten, en overbevolkte gangpaden. Forenzen bladeren door de krant en happen naar adem. Stropdassen gaan losser.

Verderop knipt een vrouw een spiegeltje open. Ogen, check. Wangen, check. Lippen, check. Knip, het spiegeltje gaat weer in de tas. De blik richt zich weer naar buiten. Al die mensen, allemaal op weg naar een drukke dag, en allemaal kijken ze langs elkaar heen.

Op station Amsterdam-Zuid is de hectiek groot. Vanaf de bouwkranen verderop moet het eruit zien als een mierenkolonie. De massa wurmt zich gehaast een weg over het perron.

De VU verwelkomt dit jaar meer dan 5000 eerstejaars, maar die zullen toch niet allemaal op deze maandagochtend naar de universiteit komen? Het is in ieder geval een indrukwekkende colonne die richting de kolos aan de Boelelaan marcheert.

Het glas boven de entree is netjes gepoetst. Een spandoek kondigt de officiële opening van het academische jaar aan. Eronder staat drie, vier jongens, onmiskenbaar eerstejaars. Ze lijken zo van de basisschool te komen. Verwachtingsvol en een tikje zenuwachtig ginnegappen ze wat. Nu gaat het beginnen.

Binnen voor de lift de gebruikelijke horden. Toch knap, dat alle zes de liften altijd tegelijk boven zijn, en daar waarschijnlijk van het uitzicht genieten, af te meten uit de wachttijd beneden.

Eenmaal in de lift klinkt een snerpend geluid: te zwaar beladen. Een meisje – niet de dikste van de aanwezigen, maar wel de voorste – stapt beteuterd uit. Boven is de computerzaal nog helemaal verlaten. Beneden krioelen onverminderd treinen, trams, auto’s, fietsers en voetgangers. Ik druk een computer aan en richt me op het scherm. Ik ben begonnen.